Categoriearchief: Ietsisme

Beeld(en) van God in je dagelijks leven

Wat is jouw beeld van God?, deze vraag stelde ik onlangs tijdens een pastoraal bezoek. Degene met wie ik in gesprek was, bracht de welgevormde wenkbrauwen omhoog, terwijl de zomerzon in de ogen weerkaatste: “Goh, ja, daar vraag je wat. Ik heb dat eigenlijk nooit hardop gezegd in mijn leven.” Inwendig voelde ik mijn verbazing. Want: hoe kan een mens vol kennis en levenswijsheid en ruim genietend van het pensioen nog nooit iets daarover losgelaten hebben?

Verlegenheid (I)

Dat ik me verbaasde, zegt meer iets over mijzelf natuurlijk. Ik ga ervan uit dat mensen die al een aantal decennia meegaan op deze aardkloot, een eigen beeld van God paraat hebben. Tegelijk merk ik in de pastorale contacten, tijdens Bijbelkringen, gespreksgroepen, waar dan ook op het kerkelijk erf, dat de verlegenheid groeit.
Tuurlijk, Lees verder Beeld(en) van God in je dagelijks leven

Is geloven lui en laf?

“Geloven is lui en laf”. Woorden van Richard Dawkins. Misschien heb je weleens van hem gehoord. Afgelopen zaterdag was in de Sir Edmund-bijlage van De Volkskrant een interview met hem opgenomen. Dawkins is de inmiddels 76-jarige evolutie-bioloog, schrijver, denker en godsdienstdienst-basher – zo schetst interviewer Martijn van Calmthout zijn gesprekspartner. Klik hier naar Topics.nl voor het bewuste artikel.

Religie is dom

Richard Dawkins

Inderdaad, godsdienst-basher pur sang. Religie, godsdiensten, geloof, goden – dat alles dient zo snel mogelijk van de aardbodem te verdwijnen. Het zou een hoop schelen aan geweld, aan onderdrukking, aan discussies en debatten, zo is de redenering van Dawkins. Diverse boeken heb ik van hem gelezen, waaronder zijn wereldwijde megabestseller “The God Delusion” (Nederlandse vertaling: God als misvatting, 2006) Met de tong tussen de lippen, zo stel ik me voor, schrijft hij genoegzaam op hoe achterlijk en stom hij religie vindt.

Natuurlijk verwijst hij naar de gruwelverhalen in het Oude Testament. Hij schildert God af als Lees verder Is geloven lui en laf?

Bestaat God? (deel 1) – Boterletter en atheïsme

Boterletter S(lang)

Als predikant ben ik nu vier jaar werkzaam in Amsterdam en in het dorp Zunderdorp ten noorden van de big city. In dit deel van Gods Wijngaard woekert de ontkerkelijking flink door. De gelijkenis van Jezus Christus over de zaaier (Lucas 8, vers 5vv) komt me prangend voor ogen: het zaaien van het zaad, Gods woord (vers 11), valt hier vooral op rotsgrond. Of de grond is zeer schraal. Ik merk een groeiende onverschilligheid op. Er is nauwelijks belangstelling voor het christelijk geloof. Of vanuit ander perspectief, zoals een Amsterdammer in hart en nieren een keer tegen mij zei:

“Goh, dat je bij een christelijke kerk hoort. Dus je gelooft in een god? Nou, die god van jou is een boterletter. Je hebt er niets aan. De tranen van de wereld spatten van de krantenpagina’s.”

Als ik wat doorvraag, dan is er nauwelijks een tochtgaatje bij de ander te vinden. Hoe kan ik aanhaken bij de zingeving, bij wat van waarde is in het leven van de ander? Laat staan om een koppeling te vinden met (het woord) God. Ik zie de vraagtekens al in de opgetrokken wenkbrauwen van de ander wanneer hij hoort, Lees verder Bestaat God? (deel 1) – Boterletter en atheïsme

Rot op met je religie

Nee, de titel heb ik niet zelf verzonnen. De Evangelische Omroep (EO) zendt op dit moment een vijfdelig programma uit met die dus ietwat provocerende titel “Rot op met je religie”. Het EO-programma dat door Kefah Allush wordt gepresenteerd, doet het nodige stof opwaaien, vooral op sociale media en in de pers. Haast iedereen heeft er wel een mening over.
Ik heb de eerste aflevering gezien en was ronduit gefascineerd én teleurgesteld. Twee atheïsten, twee christenen, een moslim en een jood zijn twee weken lang samen in één huis. Ze hebben alle zes een duidelijk idee over de (on)zin van geloof en religie. Samen gaan ze er volop in: hun overtuigingen en fundamenten worden over en weer bevraagd. Dat gaat niet altijd even zachtzinnig. Lees verder Rot op met je religie

Mag het iets meer zijn? (deel 2)

Dit blogbericht is een vervolg van “Mag het iets meer zijn?” deel 1, een leesverslag van het nieuwe boek van ds Klaas Hendrikse “God bestaat niet en Jezus is zijn zoon”. Dit 2e deel zal ik besluiten met een paar concluderende zinnen.

We pakken de draad op: Hendrikse neemt ons mee naar het einde van de Babylonische Ballingschap, rond 539 vC. De redactie van het Oude Testament krijgt een extra boost door de overwinningsroes: de joden mogen terugkeren naar eigen land door het edikt van de Perzische vorst Kores. Alsof het mythische verhaal over de bevrijding uit Egypte opnieuw wordt beleefd. Bescheidenheid bij de redacteurs met betrekking tot de rol van JHWH is er niet: “hij is de grootste. Euforie alom. De Babyloniërs waren verslagen”. Dan zegt Hendrikse dit:

“Vanuit die overwinningsroes is het Oude Testament, voor zover het bestond, herschreven, en voor zover het nog niet bestond, geschreven.”

Zie p.45 van zijn boek. In die tijd heeft ook het boek Genesis (p.50 vv) een belangrijke gedaanteverandering voor de boeg. Of suggereert Hendrikse dat het hele boek Genesis dan wordt geschreven? Hoe het ook zij: de bijbel zet stevig in met God als schepper van hemel en aarde in den beginne. Dat heeft te maken, aldus Hendrikse, te maken met de jubel van de teruggekeerde bijbelschrijvers dat God boven alles en iedereen staat.

Het is een mythe, geen geschiedschrijving. En niet eens een originele mythe, aldus Hendrikse, het gros van de Genesis-mythen zijn kopieën van de Babylonische mythen met een joodse twist erin,  zoals een “gefrustreerde slang” (p.56); de aartsvader wordt door Hendrikse neergezet als een mythologisch figuur, p.96. Hoe het ook zij: het monotheïsme (er is één God) krijgt werkelijk beslag na de Babylonische Ballingschap: JHWH is “the one and only” (p.60) Lees verder Mag het iets meer zijn? (deel 2)

Mag het iets meer zijn? (deel 1)

“Als je een standbeeld van een christen zou maken, hoe zou dat er dan uitzien?”[1]
Bij mij komt het beeld van een christen voor ogen die niet naar het net te hoog hangend fruit grijpt, maar als een schaatser voorovergebogen met de uitgestrekte hand reikt naar de belofte van God.  De Heer komt aanstormen[2] om zijn Rijk definitief te vestigen. Het beeld van christen is voor mij dynamisch, beweeglijk, vasthoudend, sterk.  Tuurlijk, het gevaar van generalisering en “over één kam scheren” loert om de hoek. Toch is het goed om hierover na te denken: zet tien christenen bij elkaar en er zullen tien verschillende beelden worden gemaakt.

Bij het lezen van het nieuwe boek van de Zeeuwse predikant ds. Klaas Hendrikse “God bestaat niet en Jezus is zijn zoon” (Amsterdam, 2011) kwam een soortgelijke vraag bij mij naar boven: stel, je zou een standbeeld maken van de “iemand die zichzelf niet als ongelovig beschouwt, die probeert zijn eigen weg te zoeken te midden van mensen en stromingen die het met hem eens zijn dat er niet ‘niets’ is” (p.8), zoals Hendrikse zijn bedoelde lezer voor ogen heeft.

Deze lezer is ooit-kerkelijk-geweest, “inmiddels kerkverlater”, omdat er antwoorden in de kerk worden gegeven op vragen die niet gesteld worden (en vice versa). Deze lezer ziet de kloof tussen wat er in de (christelijke) kerk gebeurt en daarbuiten. Of de bedoelde lezer van Hendrikse  is niet-kerkelijk,  zoals Hendrikse zegt: “die met een grote boog om God of Jezus heenloopt” (p.9) maar wel op zoek zijn in de “veelheid van zingevingsaanbod”; deze de op voorhand christelijke kerken mijdende lezer is “eerder geneigd te geloven in ‘iets’ dan in wat in kerken ‘God’ wordt genoemd”.
Hendrikse raadt de lezer die kan wonen in de kerkelijke antwoorden omtrent God en Jezus, af zijn boek te lezen om niet aan het twijfelen te worden gebracht. Helaas zegt Hendrikse niet hoe deze twijfel dan zou worden ingekleurd, want ik vind het eerlijk gezegd nogal meevallen – toegegeven, ik ben theoloog en praktiserend christen. Degene die zou kunnen gaan twijfelen, zou sowieso niet in de categorie passen van mensen voor wie Hendrikse niet geschreven heeft.[3]

Een beeld maken van de niet per se christelijke god- en/of zinzoeker, de lezer die Hendrikse voor ogen heeft, zou in mijn ogen een figuur zijn met de ene hand tastend naar een zoekgeraakte sleutel en de andere hand afwerend naar elke bemoeienis van b(B)uiten; opvallend detail: het standbeeld heeft een zonnebril op om zich te beschermen tegen het zonlicht. Lees verder Mag het iets meer zijn? (deel 1)