Genesis 1 – scheppingsverhaal in straattaal

Helemaal aan het begin van alles, toen er nog niks was, was God er al.
Zijn Geest zweefde door de space. Er was geen tijd, geen licht, geen systeem in de dingen.
Maar wel was er water en God childe boven het water.
Toen zei God: “Licht!” Eén woord en dingen gebeurden. Het was licht.
God keek ernaar en zei: “Aaight” Het was masterlijk.
Hij speelde met het licht. Het licht noemde Hij ‘dag’ en het donker noemde Hij ‘nacht’.
Toen was de eerste dag voorbij.

Daarna zette God een scheiding tussen water en hemel. Hij maakte ze apart van elkaar.
Toen was de dag voorbij. Tranga!

De derde dag liet God het water weglopen naar één kant. Zo maakte Hij zee en land.
God vond het flex, maar het land was wel kaal. Dus zorgde God ervoor dat alles groen werd.
De aarde werd bedekt door omin mooie planten en bloemen en bomen en vruchten.
Het was allemaal gruwelijk goed.

Dag vier! God maakte een systeem van het licht dat er was. Hij maakte de zon en de maan.
Hij zette ze als flashlights aan de hemel.
Zo zorgde Hij voor het verschil tussen dag en nacht en tussen de seizoenen en de jaren.
Ook dit vond God echt boeng.

Op de vijfde dag ging God de zee en lucht vol maken.
Hij maakte vissen en vogels in alle kleuren en soorten. Hij zei tegen de vissen en de vogels:
“Bal met elkaar en maak chiengs, zodat de hele wereld vol wordt met jullie.”

De volgende dag maakte God alle dieren.
Grote dieren en kleine dieren, dino’s en dagoes, tamme dieren en wilde dieren,
reptiles en insecten, in alle kleuren en in alle soorten en maten. Master gewoon.

Maar het was nog niet klaar. Hierna maakte God het allerbeste.
Hij zei: “Laten we mensen maken die op ons lijken.
Zij moeten goed voor deze wereld zorgen. Zij zijn de baas.”
God maakte de mens, van vlees en bloed en bones. Alles erop en eraan. Man en vrouw.
Hij gaf ze een blessing en zei: “Zorg omin goed voor deze wereld. Het is een cadeau.
Maar jullie zijn verantwoordelijk, je weet zelf.
Maak baby’s, zodat deze wereld vol wordt van leven en gelach.
Chill en geniet van alles wat Ik gemaakt heb.
Eet lekker van alles wat de aarde jullie geeft: fruit en groenten, rijst en cassave en batata’s.”

God keek naar alles en zag dat het kapot goed was.
Toen werd het avond. De zesde dag was voorbij.

Toen was God klaar. De wereld was omin mooi geworden.
Het was alsof een poet een meesterlijke rhyme had geschreven,
alsof een artist een gruwelijke piece had gemaakt. Het was epic. Het was perfect.

Op de zevende dag childe de MASTER van zijn werk.
Hij gaf de zevende dag een speciale blessing, zo van dat die dag anders was dan alle andere dagen.
Een aparte dag, je weet toch.

Dat is de torrie van hoe alles begon, for real, HIStory.

(uit: Daniël de Wolf, Genesis – Hoe de torrie begon, Amsterdam 2012, p.8 en 9; het boek Genesis is door Daniël de Wolf vertaald in straattaal)

 

2 Comments

  1. Van ons
    11 april 2014 @ 16:43

    Hartstikke leuk!

  2. Maarten
    11 april 2014 @ 19:57

    Ik begrijp niet helemaal alles, maar vind het wel mooi!

%d bloggers liken dit: