Archief 2014

6. > Vragen voor alle religies
Welke vraag mag je stellen aan alle religies van de wereld, oude en nieuwe? Deze; of zij in ons die innerlijke tegenkracht van de menselijke waardigheid oproepen of uitdoven. Maken zij ons weerbaar tegen iedere vorm van bandeloos barbarisme, of verminderen zij onze weerstand tegen onrecht en vernedering van mensen? Richten zij mijn verlangen naar ‘het land’ op een ‘hemels vaderland’, of bemoedigen ze míj hoogstpersoonlijk mee te werken aan een beter leven hier op aarde?
(uit: Huub Oosterhuis, Een huis waar alles woont, 2004 (1996), p.76)

5. > Misschien
Waar zijn onze doden? Toch niet daar, in die graven? Of wel dáár? Graven zijn heilig, heilige grond, overal. Maar ze geven geen antwoord op de vraag: waar zijn ze gebleven?
In zijn gedicht ‘De verdronkenen’ schrijft Gerrit Achterberg aan zijn vriend Eduard Hoornik en in hem aan iedere lezer:

Misschien weet jij een land van zoveel licht
dat hun verstarring er niet tegen is bestand
en drijven zijn daarheen uit ons gezicht.

Ik vind de vraag van Achterberg, met dat schoorvoetende nederige ‘misschien’ openbarender dan de meeste godsdienstige antwoorden. ‘Misschien’ is een woord van hoop-en-vrees, een verlegen glimlach.
En zo is het velen van ons te moede als ons het grote verhaal over een lichtland wordt voorgelezen en toegezongen. Denk je dat het bestaanbaar, is zo’n land? Denk je dat God ‘bestaat’ – welke god? ‘De God voor wie de verdronkenen niet voorgoed verdronken zijn’ – het klinkt als een laatste vraag. Ik weet niet of ik dat geloof, ik hoop het, ‘misschien’, ik houd mijn adem in.
(uit: Huub Oosterhuis, Waar onze doden zijn. Negenenveertig namen, Utrecht 2013, p.7)
bovenstaande tekst is opgenomen in “Kerkklanken”, kerkblad van de Prot. Gemeente Zunderdorp, 2014 nr.6

4.> Geef mij een klein begin

Geef mij een klein begin van liefde
een stem die de eenzaamheid openzingt,
een hand die het glas van vreugde klinkt,
een hart dat klopseint liefde liefde liefde.

Woorden van zo gezegd, zo gedaan
schouders die blijdschap aandragen,
voeten om vrolijk op pad te gaan,
ogen die niemand overvragen.

Geef ons, o Heer, want liefhebben
is onze enige kans van bestaan.

(ds. Jaap Zijlstra, dichter-dominee, uit zijn bundel: Wij hebben de zon)

3.> God is altijd online

God is altijd online
op het wereldwijde web
bij Hem is nooit een storing
en Zijn server is nooit bezet.

Grafische kaart van het internet

Met God chatten is altijd mogelijk
het contact is levensecht
de verbinding is gelukkig draadloos
ook zonder computer kun je bij Hem terecht.

Hackers kunnen niet storen
Gods firewall werkt altijd correct
je zult hem wel zelf moeten installeren
dan is jouw verbinding perfect.

Gods computer zoekt heel het net af
om te verbinden met jou en mij
we mogen gratis downloaden
en virussen zijn er niet bij.

De beste programma’s kun je bij Hem krijgen
dan loopt je computer als een trein
en mocht je harde schijf toch crashen
dan is God voor jou altijd online.

Hij heeft geen wachttijd en geeft goede adviezen
Hij heeft zelfs een Handleiding gemaakt
als je die gebruikt als leidraad voor je leven
dan wordt jouw (levens)computer nooit meer gekraakt.

(bron: internet; dichter is mij niet bekend)
Dit gedicht heb ik gebruikt tijdens de jeugddiensten in de Triomfatorkerk in Barendrecht, 31 augustus 2014 en in de Bovenkerk in Kampen, zondag 17 augustus 2014.

2.> Het hart van de bijbel.
Een Amerikaanse theologiestudent Jim Wallis had eens het idee opgevat om met de schaar door de bijbel te gaan. Hij en een paar studiegenoten van hem gingen aan het werk om allerlei verzen uit de bijbel te knippen. Alle 66 bijbelboeken vanaf Genesis t/m Openbaring werden door Wallis en zijn kornuiten doorgepluisd. Steeds als in een vers werd gesproken over rijkdom, armoede, onderdrukking en rechtvaardigheid werd dat uit de bijbel geknipt. De theologiestudenten wilden ontdekken hoe een bijbel eruit ziet als je alle compassie en mededogen eruit haalt. Het knippen kostte de studenten nogal wat tijd. Uiteindelijk waren ze klaar en lagen er zo’n 2000 uitgeknipte verzen op de grond. Daarmee toonden ze aan, wanneer je de zorg om de arme, om de verschoppeling, om de uitgeslotene uit de bijbel knipt, dan knip je het hart uit de bijbel. De zorg voor de naaste staat voor God op nummer 1.
Wat is voor jou het hart van de bijbel?
bovenstaande tekst is opgenomen in het blad Monitor (jan.2014) uitgegeven door St. Diensten-met-Belangstellenden Amsterdam.

1.> Bidden
Bidden is niet doen zoals dat kereltje dat schreeuwde: “Alstublieft, God, wilt U alstublieft voor mijn verjaardag een grote doos met lego geven?” Zijn moeder hoorde dat en zei: “Je hoeft niet zo te schreeuwen, God is niet doof!” Waarop dat kereltje zei: “Nee, maar opa wel, en die zit in de kamer hiernaast!”
Bidden is belangrijk, maar ik vraag jou in alle ernst: Doen we het ook of hebben we het veel te druk om die binnenkamer in te gaan en rustig te bidden? We zijn grote domoren als we werkelijk denken succes te kunnen hebben in ons leven, zonder de rust te nemen om regelmatig te praten met onze hemelse Vader. “Werken, werken, werken”, zeggen wij. Maar God zegt: “Bíd en werk.” Iedereen weet dat bidden zonder werken niet kan. Maar werken zonder bidden kan ook niet. En het komt mij voor dat velen van ons in die valkuil dreigen te vallen. Ze werken, ze sporten, ze haasten en voor rustig bidden nemen ze geen tijd. Ze denken dat ze het gebed wel kunnen missen. Het gaat toch prima, ook zonder bidden? Maar wees eens eerlijk, is dat echt zo?

(uit: ds Koos Staat, Wordt het niet eens tijd? Dagboek voor jongeren, Heerenveen 1999, p.54-55)
opgenomen in het kerkblad van de Prot. Gemeente Zunderdorp “Kerkklanken”, januari 2014

One Comment

  1. Robert Gils
    18 augustus 2014 @ 20:04

    mooi God is altijd met ons, ook al hebben wij geen tijd! Is het enige netwerk wat altijd bereikbaar is zelf zijn eigen zoon in afgedaald voor ons! echt een mooi gedicht voor deze tijd!

%d bloggers liken dit: