Dodenherdenking 4 Mei en de Krokus

Ieder jaar komt de discussie weleens voorbij: wie herdenken we nou tijdens dodenherdenking op 4 mei? Zijn het de doden die door het nazistische geweld in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen, zoals de zes miljoen joden en daarbij talloze zigeuners, homoseksuelen en gehandicapten? Of zijn het alle “slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesmissies nadien” zoals ik kan lezen op de website van Nationaal Comité 4 en 5 mei?

Ingekleurde filmpjes

Discussie of niet, als Dodenherdenking dichterbij komt en de reclamespotjes op Tv en radio spreken over het herdenken en onze vrijheid, dan ben ik er meer mee bezig. Ik lees er wat over. Onlangs heb ik het boek “De tatoeëerder van Auschwitz” (Heather Morris) gelezen. Een bijzonder heftig relaas van iemand die in Auschwitz de taak had om de nummers op de armen van de gevangenen te tatoeëren. Ik kijk op YouTube en Netflix documentaires over de oorlogstijd. Steeds meer filmpjes worden ingekleurd zodat het effect van kijken nog sterker wordt. Onder andere heb ik een ingekleurd en op high definition niveau gebracht filmpje gezien dat daags na de bevrijding van concentratiekamp Dachau is gemaakt door de Amerikaanse bevrijders.
Waarschuwing: als je kijkt, kunnen sommige beelden ontregelend voor je zijn.

Iedere keer als ik deze beelden zie, dan doen die me wat. De verschrikking, het mensonterende, het beestachtige, het rauwe en harde gezicht van het kwaad – ik kan er gewoon niet aan wennen. Als ik dan naga, dat er nog steeds plekken zijn op onze aardbol waar mensen mishandeld, gemarteld, verkracht en gedood worden. Hoe is het mogelijk en toch gebeurt het.

Arbeit macht frei

Dachau ‘Arbeit macht frei’ (2016) met mijn zoon Sim voor het hek (R.J. van Amstel)

In 2016 ben ik in Dachau geweest, 71 jaar na de bevrijding. Al is het een tijd terug, tóch voel ik zo’n beladenheid als ik eenmaal door de hoofdingang loop. Je moet het intacte hek “Arbeit macht frei” zelf openen. De kleedruimtes toen bieden nu een plek voor museale zaken, zoals posters, foto’s, gebruikte martelwerktuigen, propaganda, ooggetuigenverslagen. De (verroeste) ogen waar de kettingen aanhingen om de gevangen te knevelen en te martelen zijn nog te zien. De betonnen muren moeten van alles hebben gehoord.
Het terrein van Dachau is groot. We hebben veel te lopen naar bijvoorbeeld de gebouwen waar de verbrandingsovens staan. Ik sta op een plek waar hopen lijken hebben gelegen. De geur moet in die tijd ondraaglijk zijn geweest. Nu fluiten er vogels en klinken de smartphone-geluidjes als de fotoknop wordt ingedrukt door de vele toeristen. De gaskamer waar ik rondloop is echt spooky met die gaten in het plafond. Er staat een barak waar je in kunt kijken en rond kunt lopen. Je krijgt dan een idee van hoe benauwd het moet zijn geweest met vele gevangenen in een kleine ruimte.

Dachaulied

Dachau is één van de vele concentratiekampen geweest die door de nazi’s zijn opgetuigd en ingericht. Ze verworden tot een moordindustrie. Onvoorstelbaar wat op al die plekken is gebeurd. Naast de verschrikkingen die volop beschreven zijn en gefilmd, zijn er staaltjes van menselijke veerkracht en verzet te vinden te midden van alle verhalen. Tijdens mijn bezoek aan Dachau viel mijn oog op muzieknoten op een tentoonstellingsbord: het Dachaulied, muziek van Herbert Zipper die de woorden van Jura Soyfer toonzetten. Op het eerste gezicht heel bevreemdend. Er is daadwerkelijk muziek geschréven in dat oord van dood en misère. Eén van de martelmethoden van de nazi’s was het verplicht laten zingen van de gevangenen, individueel of collectief. Ik zou dus eerder verwachten dat muziek niet zomaar gemaakt zou worden…

Illegale concertjes

Dachaulied , muziek: Herbert Zipper, tekst: Jura Soyfer

De Oostenrijkse respectabele componist Herbert Zipper (die een joodse moeder had) werd in mei 1938 gevangen genomen en op transport gezet naar Dachau. Hij maakte direct mee hoe het eraan toe ging bij aankomst: martelingen, scheldpartijen en nauwelijks drinkwater en voedsel. Zijn eerste taak was het heen en weer sjouwen van cement en bonenzakken. Hij zei, dat hij best hard wilde werken. Alleen, dat zijn leven is beroofd was voor hem het ergst. Ook Zipper moest op commando van de kampofficieren zingen. Hij zong muziek uit de 9e Symfonie van Beethoven: “Alle Menschen werden Brüder”. Dat klonk zo welluidend, dat andere joodse musici hem wisten te vinden om muziek te maken. Houtbewerkers ‘ontwierpen’ instrumenten. Zo konden in het concentratiekamp illegale concertjes op de zondagmiddag worden gehouden met muziek van Beethoven en Mozart, meestal uit het hoofd gespeeld.

Jura Soyfer

Zipper komt in die tijd de schrijver Soyfer tegen. Soyfer schrijft een ironisch lied op de tekst “Arbeit macht frei” die Zipper op muziek zet. Geen notenschrift, wel mondeling. Heel snel verspreidde het lied over het kamp en werd lange tijd gezongen. In september 1938 werd Zipper verplaatst naar Buchenwald waar hij moest werken bij de WC-afdeling, smerig en goor werk. Zijn ouders konden hem vrij krijgen na diverse brieven aan de Duitse overheid. In de Filipijnen heeft Zipper vanaf 1939 gewerkt als muziekleraar en dirigent. In 1997 is hij in Californië overleden. Klik hier (Engelstalig) voor meer informatie over Zipper.

Waar is God dan?

Te midden van alle lijden bloeit van alles, zoals muziek te midden van ontmenselijking. Dat vind ik de kracht van mens-zijn, ook als ik loop op zo’n gedenkplek als Auschwitz. Wat ik zie en overdenk, raakt ook aan mijn geloof in God. Is te midden van alle ellende, lijden, tirannieën en verraad die het aangezicht van het leven schend(d)en, ook iets van God merkbaar? De vraag of God dit allemaal had kunnen voorkomen of zomaar kon/kan toelaten, is niet aan mij om die te beantwoorden. Want welk antwoord eventueel gegeven kan worden, het zou God en de mens gevangenzetten.

Krokus

Krokus in de woestijn

Juist het voorzichtige bloeien te midden van alle lijden vind ik een sterk Bijbels beeld dat ik graag wil gebruiken bij Dodenherdenking. Zonder gelijk in de valkuil te vallen van “het komt allemaal wel goed” terwijl er daadwerkelijk lijden is, wil ik niet zomaar alles dichtsmeren met vrome praat. Er blijft ook bij de meest troostvolle teksten in de Bijbel een ruw randje. Zoals in het Bijbelboek Jesaja, hoofdstuk 35. Het Hebreeuws van deze tekst is zangerig en huppelend. In het Nederlands is dat mooi vertaald in de vertaling van de Katholieke Bijbelstichting. De woestijn zal zich verheugen, de wildernis jubelen (muziek!) – ze zal “weelderig bloeien als de krokus” (Willibrord 1995-vertaling) Juist dat ene bloempje in een groot kaal gebied, brengt de eerste verandering, een eerste levensteken.

“Geef de zwakke handen weer kracht,
maak de bevende knieën sterk” (Jesaja 35, vers 3)

Dat zijn geen woorden tot God. Dit zijn woorden tot mensen. In het geweldige boek “12 Regels voor het leven. Een remedie tegen de chaos” (2018) schrijft de Amerikaans psycholoog en hoogleraar Jordan B. Peterson o.a. dit: als mens heb je tot inzicht te komen, dat jij en ik kwetsbaar zijn. Je hebt te doorzien wat angst is, boosheid, rancune en verbittering. Wat pijn is en dat werkelijk niemand daaraan ontkomt. Je ontdekt bij jezelf hoe kwetsbaarheid ontstaat. Met wat je weet kun je pijn, angst, boosheid, lijden en tragedie bij de ander veroorzaken (p.222-223). We kunnen elkaar kwaad doen, een woestenij zonder toekomst creëren.

De Bijbelse profetie van Jesaja toont en troost: we hebben als mens een gedeelde verantwoordelijkheid om samen te dragen en samen sterk te staan. Dan doe je God. Als mens gaan we samen een weg waar blijdschap en vreugde ons tegemoet zullen komen en “droefheid en gezucht zullen wegvluchten” (Jesaja 35, vers 10)
In dat kader gedenk ik de doden op 4 mei en vier ik de vrijheid op 5 mei: Bevrijdingsdag is een krokus.

Robert-Jan van Amstel, 3 mei 2019