Opgewekt zingen (Meezingconcert 2017)

Mijn schoonvader vertelde eind vorig jaar over een meezingconcert van het Groot Omroepkoor uit Hilversum. Samen met hem heb ik, als stemsoort bas, meegedaan. Eerst een oefendag om vertrouwd te raken met de muziek. De spannendste dag is het concert zelf, 11 februari jongstleden. Dat ik meedeed, heeft twee redenen.

Reden 1: Zingen is heerlijk

Zingen vind ik heerlijk. En: zingen is gezond. Of je nou een nachtegaal bent, een lijster, een kraai of een mus: dat maakt niet uit. Zingen geeft energie en een stoot positieve hormonen in de bloedbaan. Zingen in groepsverband blijkt trouwens nóg gezonder te zijn. Luisteren naar anderen in je stemsectie vergt aandacht. De eigen hersenen hebben zich te concentreren. De juiste wijs houden is belangrijk. De spieren in mijn bovenlijf voelen na een uurtje zingen hetzelfde als na een stevige sportieve work-out van 15 minuten.

Musici tijdens de repetitie (tekening: Sylvia Schlijer via Twitter)

Wat me ook opvalt: een goede dirigent zorgt voor humor en een kwinkslag. Al lerende en lachende wordt een diepere laag in mezelf aangeboord. Met al dat zingen wordt me weer eens duidelijk, dat een Bijbel zonder liederen en Psalmen veel minder leven in zich zou hebben. De Bijbel staat vol met opgewekt zingen. Letterlijk: of ik nou Mirjam, de zus van Mozes, hoor zingen na de zegetocht door de drooggelegde Rietzee (Exodus 15, vers 21) – een volk is opgestaan uit de duisternis op weg naar het land van belofte. Of ik denk aan de engelen in de nacht dat Jezus Christus wordt geboren (Lucas 2, vers 14) – de Redder van de wereld is gekomen, omdat God met de mensen het goede voor heeft. Of ik lees de hemelse zang (Openbaring 5, vers 9) waar velen het Lam prijzen – want Jezus de Heer heeft mensen vrijgekocht van hun schuld en zonden.

Zingen hoort bij de mens en bij de hemel. Daarom doet het zingen tijdens kerkdiensten mij altijd wat. Soms kunnen een paar noten, akkoorden of enkel een woord mij openbreken, troosten, sterk maken.

Reden 2: Fauré

De andere reden dat ik graag mee wilde doen met het Groot Meezingkoor was het programma. Twee prachtige koorstukken van de Franse componist Gabriel Fauré lagen op de lessenaar: het Messe de Requiem en Cantique de Jean Racine. Dat laatste stuk heeft een magnifieke bas-melodie. De orkestrale begeleiding is oorstrelend. Op Youtube of via een streamingdienst als Spotify kun je muziek beluisteren. Muziek om waarlijk verliefd op te worden als ik uit eigen ervaring put, inmiddels zo’n 25 jaar geleden.

Gelukkig zijn er ook opnamens gemaakt van het Meezingconcert zelf, hier kun je naar de Cantique luisteren:

Beide stukken zijn in een vreemde taal: de Cantique is in het Frans, het Requiem in het ‘vertrouwde’ Kerklatijn. Tijdens het concert in het Utrechtse Tivoli-Vredenburg viel me plotseling iets op. Ruim 1200 mensen zongen de eerste woorden, rustig, heel zachtjes: “Requiem aeternam dona eis, Domine” (“Heer, geef hen eeuwige rust”).

Massaal gebed

Ik dacht, beroepsformatie of niet: “We zijn massaal aan het bidden.” Tuurlijk, de nootjes hoorden op de juiste plek en op toonhoogte gezongen te worden. Aandacht voor de dirigent en voor elkaar. Toch, als deze liturgische woorden klinken, dan is dat een kippenvelmoment voor mij. Zoveel mensen spreken een gebed tot God de Heer (Deus dominus). Of wat te denken van deze woorden die volgen: “et lux perpetua luceat eis” (“En laat het eeuwige licht op hen schijnen”).

Het requiem is een gebed dat vooral tijdens uitvaarten in bepaalde Kerken klinkt. Kijk je er eens goed naar, dan kun je zien hoe krachtig en letterlijk opgewekt deze tekst is. We geven de mensen die ons zijn voorgegaan in leven en sterven, geliefden, ouders, kinderen, broers en zussen, vrienden een plek bij God die licht is, leven, Schepper van hemel en aarde. Ik zing deze woorden vol vertrouwen. Ineens besef ik opnieuw dat ik een Paasmens ben. Het graf en de dood zijn overwonnen door Jezus Christus van Nazareth. Met Jezus ben ik opgestaan. De aardse dood is een hemelse geboorte. Bij God zijn in het eeuwige licht. Wat een geschenk is ons mensen gegeven.

Zingen heeft opstandingskracht

Waar bij Zijn geboorte volop werd gezongen, daar was bij zijn dood stilte, een laatste ademstoot. Alles leek voorbij. Of er in de hemel is gezongen, toen Jezus zijn grafkleed afdeed en de dood het nakijken gaf, daarover zwijgt het evangelie. Wel heeft de Kerk van alle eeuwen en alle plaatsen geweldige Paasliederen gemaakt. Om zo het mysterie van wederopstanding muziek te geven. Tot aan vandaag zing ik die graag. Want zingen is gezond. Zingen geeft mijn hart een stroomstoot van nieuw leven.

Tsja, zou iedereen weten wat hij of zij nu echt zingt daar in Tivoli Vredenburg als de woorden “Kyrie eleison” (Heer, ontferm U) klinken? Ach, het zij zo. God heeft zijn eigen manieren van het menselijk hart te raken. Of het nu massale koorzang is of jouw stem in de beslotenheid van de badkamer: zingen heeft opstandingskracht.

ds Robert-Jan van Amstel, Stille Week 2017 | update: 11 mei 2017

Op de Facebook-pagina van het Groot Omroepkoor is een impressie te zien en te beluisteren van de repetitie op de dag van het concert zelf:

Een fragment tijdens de repetitie met dirigent Martin Wright waar het Meezingkoor het “Dies Irae” zingt uit het Requiem van Fauré; zelf zit ik bovenin de zaal in vak A, bovenste rij.

Ook van de oefendag in het MCO te Hilversum is een mooi filmpje te zien. Het geluid bevat een opname van Cantique de Jean Racine gezongen door het Meezingconcertkoor na een dag repeteren:

 

Op muziekstreamingdienst Spotify is genoeg materiaal te vinden met opnamens van Fauré’s meesterwerken

Cantique de Jean de Racine, een oude mono opname, erg mooi en verstaanbaar gezongen:

Requiem, eigen playlist: