Onmacht

Overspannen dominee (gevonden op www.eo.nl)Als ik ga Googelen met de zoektermen “overspannen” en “dominee”, dan kom ik diverse resultaten tegen, klik hier. Bovenaan dominee Gremdaat over een overspannen Nederland. Vanaf resultaat nr. 2 kom ik terecht bij de vooral christelijke media waar dominees worden geïnterviewd of zelf terugblikken. Conflictsituaties tussen dominee en kerkenraad / gemeenteleden. Ik zie de link naar de webpagina van het Reformatorisch Dagblad waar in 2014 een roep of eerder schreeuw van een domineesdochter is geplaatst: “Ik wil mijn vader terug”, klik hier. Toentertijd vond ik het al een heftig verhaal. Nu ik dat weer lees, komt het nog extra hard bij me binnen.

Op Facebook had ik het bericht al geplaatst in januari van dit jaar, op mijn blog de laatste dag van januari in nog wat voorzichtige bewoording over (de) trage vragen. Nu gewoon concreet: ik ben overspannen. Sinds 18 januari na een bezoek aan mijn huisarts heb ik mij ziek gemeld. De secretarissen van de Protestantse Gemeente Zunderdorp en van Stichting Diensten met Belangstellenden hebben gelijk van alles geregeld. De support en medeleven uit beide werkplekken is groots en mooi. Gelukkig, de werkomgeving is voor mij goed. Geen conflicten of zeurderige onderstromen.
En toch, dat knagende schuldgevoel dat alles doorsijpelt nu ik ziek ben: “Ik ben niet actief in een gemeente en voor een stichting die te midden van kille secularisatiewind hebben te bivakkeren. Er is pastoraal werk genoeg. De kerkdiensten gaan door. De gespreksgroepen hebben een gespreksleider nodig” Etcetera etcetera etcetera.
Toch die gedachte: “Een vent van 42 jaar zoals ik moet toch gewoon werken. Niet de oren laten hangen. Dit gaat wel weer voorbij. Gewoon een dipje. Veel te doen. Het vaderschap van de vierjarige tweeling heeft wat meer impact dan ik had vermoed.” Etcetera etcetera etcetera…
Allemaal van die vliegwielen en -wieltjes in mijn hoofd vol excuusjes en bagatellen en een bepaalde manier van coachpraat: “Dat gaat wel weer over.”
Perspectief.euTot het bezoek aan de bedrijfsarts (Perspectief.eu) van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) in de zesde week van mijn verlof. Waar ik op rekende, namelijk alvast een beetje beginnen, zei de arts dat hij mijn ziekteverlof zal verlengen: “Je geest kan misschien wel willen. Maar je lichaam kan dat niet bijbenen.” Stresshormonen zoals cortisol hebben mijn energiehuishouding ernstig verstoord. Langdurig onder stress staan is fnuikend en slopend. Ieder mens heeft stressmomenten. Na het pieken heeft het eigen lichaam tijd nodig om de energiedrain weer aan te vullen en de stresshormonen ‘op te ruimen’.
Die rustmomenten pakken heb ik veel te weinig gedaan. Dan zei ik tegen mezelf: “Dat haal ik wel in tijdens een vrij weekend of een vrije week of tijdens de zomervakantie”. Ofwel, les 1 in de serie “Hoe houd je jezelf voor de gek?”: dingen vooruitschuiven.
Het ziekteverlof dat ik nu heb, zie ik maar als een optelsom van alle momenten die ik had moeten nemen.

Niet alleen het gesprek met de bedrijfsarts, ook dat met een ervaren collega van de PKN-werkbegeleiding helpen mij grip te krijgen op alle energielekkages, groter en kleiner. Vanuit deze gesprekken is een aantal vragen aan het licht gekomen:
1. Wat is er nu echt aan de hand? Alles in kaart brengen voor en achter de schermen van lichaam, geest en ziel. Dus ontdekken hoeveel blinde vlekken ik heb ontwikkeld, hoeveel wapenrusting ik draag om te verdedigen en te vechten tegen… Ja, waartegen eigenlijk?
2. Hoe ga ik om met gevoelens van onmacht? Dat woord onmacht raakt een kern wat betreft mijn energielekkages: soms kan ik zelf iets nalaten, kunnen gemeenteleden iets op (over) het randje van fatsoen zeggen: dat kan (deels) voortkomen uit onmacht. Het kerkenwerk in Nederland is niet het gemakkelijkst. Ik heb een betrokken gemeentelid die de leeftijd van de sterken heeft bereikt, horen zeggen:

“Zovele stappen heb ik gezet in dit kerkgebouw. Bij wijze van spreken zie je mijn uitgesleten spoor in de vloer van kerkzaal. Van alles gedaan. Wat blijft er over? Is het werk dat ik heb gedaan dan allemaal voor niets geweest? Is God nog wel bezig met onze kerk?”

Sloop kerktoren Barsingerhoop (www.geheugenvannederland.nl)Ontkerkelijking, onverschilligheid, minder binding met kerk en gemeenschap, teruglopend bezoek, kritische geluiden van mensen die van alles roepen en zelf geen vinger uitsteken… Lastige en ingewikkelde krachten binnen en buiten de kerkgemeenschap.
Gevoelens van onmacht bij mij, bij andere gemeenteleden, bij bestuurs- en kerkenraadsleden, bij gemeentes en groepen. Misschien ook wel bij de landelijke Kerk? Als ik de Visienota Kerk2025 lees en daarover nadenk: op welke gevoelens van onmacht heeft ‘mijn’ PKN en hoe geeft zij daarop antwoord?
3. Vind je jezelf belangrijk? Voor mij een hele navelstaarderige vraag, in eerste instantie. Maaiveld + hoofd erbovenuit = eraf. Het dienstverlenende karakter van het werk als dominee zit mij tot in de vezels. Veel doen. Veel praten. Veel werk verzetten. Prima. Alleen, jezelf wegcijferen gaat zo gemakkelijk, als een sluipwesp is dat idee van ik hoef/moet/wil niet belangrijk zijn.
Ik ben benieuwd hoe andere collega-predikanten deze vraag zouden beantwoorden. En of hun eerste gevoel, zoals het mijne was, gekoppeld is aan de gedachte “Wat een vraag zeg!”
4. Besef jij de waarde van wat je doet? Deze vraag heeft een nauwe verbinding met vraag 3. Als ik naar mezelf kijk, dan doe (deed) ik mijn werk. Eerder kritisch dan ervan genietend. Die ene preek, dat andere pastorale gesprek. Een bijbelstudiegroep die toch een route ging dan verwacht. De catechese had wat meer structuur nodig. De sfeer tijdens een viering had wat opener gekund. De contacten met deze en gene.
Steeds zat dat randje bij mij:

“Hmmm, dat kon beter/anders/
vlugger/langzamer/leuker/
bedachtzamer/rustiger/intenser/losser/
meer doordacht/minder zwaar/grappiger/
serieuzer/ambtelijker/afstandelijker
meer dichterbij/warmer/… “

In plaats van:

“Wauw, wat ging die avond over bijbel en kunst goed!”

Dus: tel je zegeningen. Ja, echt doen. Regelmatig mezelf een update gunnen van wat ik zoal doe (gedaan heb). Meestal tel ik ze als  ik mijn curriculum vitae ververs i.v.m. met een beroep, zoals in 2012 van Zunderdorp en Diensten met Belangstellenden. Zelf meer de ruimte nemen en de tijd geven om te genieten van wat ik doe.

Nou ik lummel maar s wat (cartoon via www.pearsoncmg.com)Stoppen met vechten en mijn wapenrusting uit.
Eerst maar eens gaan lummelen.
Eerst zorg dragen voor mijn eigen levenstuin.
Zoals God deed: Hij bracht iets aan het licht. Hij zei dat het goed was.
Want morgen is er weer een nieuwe dag.
Van die scheppingskracht dragen jij en ik wat mee: om te creëren en te re-creëren.
Om daarna met moed, geloof, zin en plezier de Heer te dienen in zijn Wijngaard met heel veel andere mooie mensen, allemaal afdrukjes van God.

ds Robert-Jan van Amstel, 26 februari 2016.
(Er kunnen wat typ- en stijlfouten in mijn tekst staan. Ik ben nog te moe om dat scherp te zien)