Bestaat de hel?

(fotograaf onbekend)
(foto via Facebook; fotograaf onbekend)

Liefst zou ik gewoon direct met de deur in huis willen vallen en “Nee” antwoorden op de vraag of de hel bestaat. Niet langer zou ik er omheen willen draaien. Wegend en wikkend tussen plussen en minnen. Over het thema “hel” heb ik verschillende keren tijdens diverse bijbelstudiegroepen in de afgelopen jaren gesproken. Nagedacht met jongeren en ouderen. Iedere keer valt me op hoe bepaalde  angsten zich laten horen als de hel ter sprake komt. En bij de meesten is die angst door anderen aangepraat.

Bij mijn zoektocht en nadenken over deze ingewikkelde thematiek heb  ik natuurlijk de bijbel gebruikt als bron. Daarbij heb ik diverse boeken en artikelen gelezen. Diverse (Nederlandstalige) blogs, zoals van ds Mirjam Kollenstaart,  ds Wim de Bruin en Paul Delfgaauw, hebben mijn aandacht gehad en geholpen bij de vorming van een eigen mening.

Driscoll: “Geen christen? Dan naar de hel”

In januari van dit jaar trof me een tweet van de Amerikaanse dominee Mark Driscoll:

Hij kan het blijkbaar zeggen en in mijn onderbuik voelde ik boosheid en irritatie. Meer dan 1000 retweets. En diverse twitteraars hebben deze tweet als favoriet opgeslagen. Zijn hier mensen bij die het met Driscoll eens zijn? Een paar maanden later hak ik de knoop nu echt door voor mezelf: Bestaat de hel? Nee, niet zoals de christelijke Kerk deze heeft geleerd in de kerkgeschiedenis.

Al jaren ben ik bezig om grip te krijgen op de categorieën “kwaad”, “hel” en “satan”.  Inderdaad, je leest het goed. “Satan” zet ik als categorie neer, omdat satan geen figuur is die functioneert zoals God de Levende is. God is God, er is niet nog een god of anti-god aan te wijzen. Ik weet dat er meer nuanceringen zijn aan te brengen, zowel vanuit de bijbel als uit de christelijke traditie als uit pastoraal oogpunt. Ik kies daarom al schetsend en redenerend een aantal aspecten en streef dus geen volledigheid aan.

Eén van de triggers om me nader te bezinnen op het wel of niet bestaan van de hel is de zinsnede “nedergedaald ter helle” zoals we die kunnen vinden in de Apostolische Geloofsbelijdenis, één van de oudste belijdenissen van de christelijke Kerk. Voor mij werd en wordt meer en meer duidelijk dat de bijbel geen eenduidig, systematisch beeld bevat omtrent (een) hel of (een) ruimte die door het  het menselijk, collectief geheugen is gestoffeerd met zwavel, vuur, enorm lijden, eeuwigdurende pijniging en raar rood figuur met bokkenpoten en hoorntjes op het hoofd.

Aanstippend en beseffend dat de nuance zeker aangebracht dient te worden, wil ik toch hier en daar bladeren in de bijbel. Er zijn diverse methodes van lezen, redactie-kritisch, literair kritisch, bijbels-theologisch, lineair-lezend etc. Ik probeer in kort bestek een rode lijn aan te wijzen.

Bijbelse bronnen

Waar ik in het Oude Testament vooral op stuit is het beeld van een onderwereld, she’ol in het Hebreeuws, als een poel van rust; een wereld vol nivellering. Koning, keizer, admiraal, slaaf, dienstknecht – ze worden allemaal gelijk aan elkaar. Zie bijvoorbeeld Job 3, vers 17 t/m 19. In het Nieuwe Testament is het opvallend dat in de evangeliën meer (!) wordt gesproken over de dodenwereld (of: Gehenna), dan in de brieven van de eerste theoloog Paulus. Terwijl Paulus wat betreft datering ouder is dan de op schrift gestelde evangeliën.

In het evangelie van Matteüs horen we Jezus Christus spreken over een ‘plaats’ van de uiterste duisternis met volop geknarsetand en gejammer (Matteüs 8, vers 12). Zouden Zijn gedachten dan uitgaan naar iets wat niet van deze wereld is, buitenaards? Alsof er naast het huis van Zijn Vader (Johannes 14) nog een ander ‘huis’ is te vinden als wrang tegenbeeld van wat in Gods Huis is te vinden.

Net als in Marcus 9, vers 47 en volgende waar Jezus spreekt over het Gehenna (ook vertaald als hel), had Hij concreet het Hinnom-dal ten zuiden van Jeruzalem voor ogen waar ooit de Kanaänitische Baäl-cultus werd gevierd met brand- en mensenoffers (1 Koningen 11,7; zie ook 2 Kronieken 28,3; 33,6). Na de Babylonische Ballingschap wordt deze plaats gebruikt voor het verbranden van dier- en ander afval. Een paar eeuwen laten de Romeinen daar veroordeelde misdadigers verbranden. De geur is daar niet welriekend geweest, laat staan dat daglicht zuiver heeft kunnen schijnen.

In het Evangelie van Lucas horen we van de arme Lazarus en de rijke man in de gelijkenis die Jezus vertelt (Lucas 16, vers 19). Een gelijkenis, geen harde dogmatiek. Een waarschuwing en een appèl, geen stok om mee te slaan. Geen dan en straks, maar hier en nu. Nú kun je leven zoals God dat ons geschonken heeft, zoals de Tien Woorden en de samenvatting van de wet door Jezus Christus Zelf.
Waar Paulus nauwelijks een woord loslaat over de hel,  zien we in het laatste bijbelboek Openbaring meer aanknopingspunten voor wat uiteindelijk in de geschiedenis van de westerse christelijke Kerk een uitgebreide hel is geworden.

Zon in de vuurpoel

We komen in Openbaring beelden tegen als “de poel van vuur”, “zwavel”, “de tweede dood”… Wie kan mij uitleggen van wíe de vuurpoel (Openbaring 20, vers 14) eigenlijk is? ‘Waar’ kan deze gevonden worden? Het oude, toenmalige Griekse wereldbeeld was vooral geocentrisch: de bolvormige aarde staat in het middelpunt en de andere hemellichamen draaien erom heen. Ik las ergens een Grieks verhaal geschreven uit die tijd (bron weet ik niet meer; de aarde is in dat verhaal plat), dat de zon als godheid wordt geboren uit een vuurpoel ergens in het westen, voorbij de horizon.

De zon (Helios) doet zijn ronde en dooft ‘ergens’ in het water in het oosten.  De vernietigende én scheppende kracht van vuur was voor de Grieken hulpmiddel om mensen te straffen, denk aan de bestraffing van Antipas (Openbaring 2), waarvan het verhaal gaat dat hij in een koperen, holle replica van een stier werd geplaatst. Het omhulsel werd verhit door vuur. Zo stierf Antipas, de betrouwbare getuige van Jezus Christus, een gruwelijke marteldood terwijl hij zijn geloof bezong…

Zou Johannes die het laatste boek heeft geschreven, gedacht hebben aan strafmethodes van de Romeinse overheid die de christenen steeds minder kon luchten? Is de vuurpoel niet eerder een door Johannes geleend woord uit die tijd? Het boek Openbaring is vooral ook een troostboek voor de vervolgde christen. Niets is zo bemoedigend als een vervolgd christen te horen krijgt dat de onderdrukker, de Romeinse keizer en zijn kompanen, uiteindelijk zélf worden geconfronteerd met hun eigen martelwerktuigen, al dan niet op aarde…

Hemel en hel-debat

We maken een stap naar 2012, de maand april. Het Nederlands Dagblad heeft een avond gewijd aan een hemel en hel-debat in Utrecht. Ik was daar aanwezig en had me voorbereid door o.a. het boek van Rob Bell te lezen: “En de meeste van deze is… liefde. Een eerlijk boek over hemel en hel” (uitgeverij Kok, Utrecht 2012)  Als ik me nu moet herinneren wat ik gelezen heb, dan is er maar weinig blijven hangen in mijn geheugen, dat zeg ik eerlijkheidshalve en dat zegt ook wel iets over het boek. Er staan mooie oneliners in en krachtige voorbeelden, maar echt overtuigd was ik niet.
Tijdens de debatavond schreef ik o.a. onderstaande tweet,

Collega ds Wim de Bruin (Christelijke Gereformeerde Kerk Purmerend) was ook bij deze debatavond aanwezig. In een blog heeft hij mijn tweet opgenomen nav. zijn ervaringen mbt. het hemelhel-debat, klik hier. Ds De Bruin verwoordt in zijn blog een paar gedachten die bij mij haken. Hij schrijft onder andere:

De hel is niet zoals de hemel een schepping van God. Alsof God naast zijn eigen woning nog een folterkamer heeft ingericht voor zijn vijanden. De hel, dat is wat de mensen van Gods schepping hebben gemaakt en nog steeds maken. Net zoals het kwaad niet meer is dan de afwezigheid van het goede, zo is hel de afwezigheid God. Zo bezien doet de hel haar intrede als de mens uit het paradijs verjaagd wordt.
Jezus zelf heeft het dan ook niet over de hel als tegenhanger van de hemel, maar als tegenhanger van het koninkrijk van God (Luc. 13:28), ofwel de vernieuwde schepping. Een nieuwe schepping die opnieuw wordt aangeduid in de tweeheid van hemel en aarde (Opb. 21:1).

De zinsnede waar ds. De Bruin spreekt over de intrede van de hel als de mens uit het Paradijs wordt verjaagd, is een aansprekende gedachte. Ik ben benieuwd waar hij in de Schrift de intrede van de hel kan aanwijzen, want exegetisch staat hij wat dat betreft zwak. Of zou hij de moord van Kaïn op zijn broer Abel als een helse daad beschouwen?

Heeft God mensen voor de dood geschapen?

Ik kon en kan me niet voorstellen én geloven dat God mensen voor de eeuwige dood heeft geschapen, laat staan voor een gruwelijke marteltijd ergens in een hel. De kruisdood van Jezus Christus en zijn opstanding uit de dood worden voor mij betekenisloos als de hel zou bestaan. We horen Jezus Christus toch zelf zeggen in Johannes 12, vers 32 dat Hij iedereen naar zich toe zal halen, als Hij van de aarde omhoog geheven wordt.  Vanuit mijn geloof ga ik ervan uit dat Jezus echt iedereen op het oog heeft.

We sterven hier een keer, hoe, de wijze waarop, etc. daar is geen hemels draaiboek voor. Soms zijn het de scherpe rafelranden van de schepping die de mens verwonden, vaker wat de mensen elkaar aandoen. Ik besef me goed, wanneer ik zeg dat de hel niet bestaat, dat er pastoraal allerlei andere vragen en gedachten loskomen. Hoe zit het dan met mensen die moord op hun geweten hebben of dat nu met één is of in de miljoenen (bijvoorbeeld Hitler of Stalin)? Hoe zit het dan met hen die hier naar hartenlust kun kerfstok vol krijgen ten koste van de ander of van de samenleving? Is er rechtvaardigheid, wordt er door God uiteindelijk nog een rekening vereffend?

Bij God uitkomen

Na het sterven kom je bij God uit. Elke adem gaat terug naar God (Prediker 12). Wat daarna gebeurt, dat weet niemand.
Ik hoop en bid zoals God zich kenbaar heeft gemaakt in Jezus Christus, dat Hij liefdevol is, genadig, geduldig, trouw en waarachtig.
Hier en nu krijg ik van God de kans en de mogelijkheid om de hel definitief te doven met mijn eigen emmer levend water tezamen met alle anderen.

ds Robert-Jan van Amstel, 10 juni 2014 Update: 2 november 2017