Ik ben niet gelovig

“Dus u bent dominee?”, vroeg de monteur nadat hij de vaatwasser had gerepareerd. Hij had het woord Pastorie al op de voordeur zien staan. En terwijl hij op zijn werk-tablet een overzicht van werkzaamheden typte, kwam de vraag over zijn lippen. Zelf was ik ietwat ongeduldig in mijn gedachten, want de preek voor zondag wilde maar niet opschieten.
“Ja”, zei ik hardop.
“Is het nog een beetje druk in de kerk?”
“Wat bedoelt u met druk?”, vroeg ik.
“Nou, ik heb vrienden die naar de kerk gaan en die zeggen dat het steeds rustiger en stiller wordt.”
“Hier in Zunderdorp heeft de kerk haar eigen plek”, zei ik tegen hem. “Ze staat goed bekend en bij diverse activiteiten zoals een tentdienst op het weiland rond Koningsdag zijn gemeenteleden en dorpsgenoten samen te vinden. In de kerk hebben we veel mensen die actief zijn voor en achter de schermen.”
De monteur drukte op de home-knop van zijn iPad: “Ik ben niet gelovig.”
Toen viel mij iets op: terwijl hij die woorden vrijgaf in de keuken, keek hij even in een mum van tijd met zijn ogen naar boven en zijn wenkbrauwen deden mee.
“Ja”, lachte hij, “dat doet toch iedereen als het gaat om geloof, even omhoog kijken. Iedereen gelooft op zijn of haar manier. Dat kan niet anders. Iedereen doet toch aan zingeving? Of dat nou god is of het goede in de mens.”
Hij vertelde over waar hij zoal al kwam als monteur: “In de duurste villa’s word ik met de neus aangekeken.” “Nou, daarrrr staat het masjientje. Gaat uw gáng”, imiteerde hij het toontje en de hete aardappel in de keel. “En dan zie je de opdrachtgever niet meer. Ik ben in de ogen van zo’n villabewoner niet meer dan gedoogde lucht.”
Tsja, wonderlijk mechanisme van kijken naar de wereld… Mijn gedachten gingen naar een wijze spreuk uit de bijbel:

“Wie zijn medemens kleineert, heeft geen verstand, iemand met inzicht zwijgt.”
(Spreuken 11, vers 12)

De monteur deed een schroevendraaier in zijn werkkoffer en vertelde verder: “Laatst kwam ik bij een alleenstaande moeder met vier kinderen in een flatje in Amsterdam-Noord. In zo’n buurt waar ook Geer en Goor hun programma maakte voor de ouderenbond. Ik vertelde haar hoeveel de reparatie zou kosten. Ze barstte in huilen uit toen ze het bedrag hoorde. Ik heb toen maar een ‘grijs’ onderdeel gebruikt dat ik in mijn wagen heb. Afkomstig uit een andere machine in garantietijd vervangen. Zoiets kan nog werken in deze machine van die moeder. Zij blij en ik blij. Dat vind ik belangrijk om het goede te doen voor die mensen.”

Ik zei tegen hem: “Eigenlijk bent u hartstikke gelovig. Althans: u doet God. Het is precies wat God van ons allemaal vraagt: waar je kunt helpen, laat je kans niet voorbij gaan. Gunnende liefde voor elkaar weerspiegelt de liefde van God voor alle mensen.”
Waarop de monteur zei met een knipoog richting de hemel: “U kunt het mooi vertellen.”
De man vertrok naar het volgende adres en mijn preek voor de zondag was in een oogwenk klaar.

ds Robert-Jan van Amstel, mei 2014
(opgenomen in het kerkblad Kerkklanken van de Protestantse Gemeente Zunderdorp, jg. 2014 nr. 3)