Het inlegkruisje van Parsifal

Gisteravond ben ik met een aantal tweeps bij een uitvoering geweest van “Parsifal” van Richard Wagner. Het Muziektheater in Amsterdam was de plek. Het Koninklijk Concertgebouworkest zat in de bak en Iván Fischer was muzikaal leider. De recensies in diverse dagbladen en op internet ronkten van enthousiasme vanwege het visuele werk door Anish Kapoor, de cast met zangers en het “subliem spelende” Concertgebouworkest. De verwachtingen waren dus hooggespannen bij mij.

Koude douche

Ik had een warm bad verwacht, maar het werd een koude douche: ik vond de productie teleurstellend en mag ik het ronduit zeggen: een aanfluiting. Het kan zijn dat ik net de verkeerde avond heb gekozen, maar af en toe was het echt tenenkrommend.
Laat ik eerst met wat positieve indrukken beginnen: van de kunstenaar Anish Kapoor had ik zelf nog nooit gehoord. Dus de voorstelling met zijn enscenering was een eerste kennismaking met zijn werk: erg aansprekend. Hij weet met weinig middelen een sterk verhaal neer te zetten. De verbluffende, mooie grote spiegel in de tweede akte is een sterke keuze. Prachtig gedaan.
De lichtregie is een knap staaltje werk: de kleuren roepen diverse emoties en gemoedstoestanden op. Ongemerkt zorgt het licht ervoor dat je in een bepaalde stemming komt.
De cast met zangers: daar was vocaal op zich niets mis mee, de nootjes zaten op hun plek. Alleen, het leek erop dat Gurnemanz als een belangrijke dragende rol in deze opera, zijn dag niet had. Hij leek eerder in de weer met het opdreunen van teksten. Mij trof de weinige variatie in mimiek en beweging. Het leek wat op Kindergarten in de zandbak, zoals hij steeds mede-zangers van zich afwierp… Van de wijze, wat vaderlijke figuur Gurnemanz heb ik erg weinig gezien.

Pierre Audi – dichtbij komen wil hij niet

Anish Kapoor werkt met een grote spiegel in deze productie van Parsifal

Goed, ik besef ook wel dat opera-zingen en acteren niet iedereen als combi is gegeven. Het komt op de regisseur aan om daar wat van te brouwen. De regie van deze operaproductie was in handen van de door de wol geverfde Pierre Audi. Zoals ik van deze regisseur gewend ben in de producties die ik gezien heb, houdt hij het erg klein en compact. En daarom naar mijn indruk vaak wat saai. Die indruk werd mij opnieuw bevestigd in deze Parsifal-productie.
Zijn regie van mensen houdt de toeschouwer op afstand, terwijl ik juist bepaald wil worden bij wat de protagonisten doormaken. Als je kiest voor een sobere enscenering, dan dient de karakter-regie wat mij betreft een stuk sterker zijn. Juist ook omdat er nogal lappen teksten uit de mond van bijvoorbeeld Gurnemanz komen. Ik heb karakter-regie en het vertellen van een goed verhaal gisteren echt gemist. Kundry (Petra Lang) wist nog wel dichtbij te komen met haar goede mimiek en fantastische stem. Wat een strot! De lijdende Amfortas werd mooi gespeeld. Alleen de vele vibraties in de stem, waren af en toe vermoeiend voor de toehoorder.
Parsifal die in een slobberige, zwarte leren broek tot koning wordt gekroond, zucht…  Hij kwam niet los van de grond. Het aardse was sterker dan het hemelse. Had de zanger überhaupt zin om te zingen?

Concertgebouworkest los zand

De grootste teleurstelling van de avond was het Concertgebouworkest. Nog niet zo lang geleden uitgeroepen tot het beste orkest van de wereld. Maar die roeping is, zo dunkt mij, aan de kapstok van het Concertgebouw blijven hangen. Het orkest presteerde onder de maat. De eerste akte werd rommelig en niet strak gespeeld. De eerste maten van de prelude waren nog niet voorbij of de violen leken het niet met elkaar eens te zijn welke noot wanneer gespeeld moest worden, eerder een spel van los zand. De diverse keren dat clarinet en hobo samen moesten klinken, was het vals en out of tune. Er was weinig concentratie in het orkest aanwezig.

Ivan Fischer met dirigeerstok
Ivan Fischer met dirigeerstok

Hoe goed en sterk speelde het orkest in de tweede akte. Nu werd er muziek gemaakt: de chromatiek in Klingsors Leitmotiven-pallet en de felheid bij de noten van Kundry, geweldig om te horen en mee te beleven. Het uurtje is dan zo voorbij en ik was flabbergasted. Ik keek vol verwachting uit naar de derde akte. Het publiek reageerde reeds enthousiast bij binnenkomst van de dirigent en zijn buiging. Helaas, de derde akte werd een slepend verhaal in het orkest. De hobo-solo in de Karfreitagmusik was geweldig en ook de treurmars (Verwandlungsmusik II) was door-en-door voelbaar, maar verder… Ik waag er geen woorden aan. De dirigent Fischer had naar mijn bescheiden mening een 13-in-dozijn-lezing van de partituur. Ik denk aan de woorden van Rossini: Wagner kent spannende momenten en saaie kwartieren. Alhoewel ik het als Wagner-liefhebber niet eens ben met Rossini, kwam Fischer deze avond wel dicht bij het adagium van Rossini, helaas.

Inlegkruisje

Kunstzinnigheid, interpretatie van meesterwerken, een vertaling zoeken naar de luisteraar/toeschouwer anno nu. Ik vind het knap als een regisseur vanuit een bepaald idee de opera wil tonen aan het publiek en zo horizonversmelting weet te bereiken tussen opera en publiek. Om niet alles te verklappen wat er te zien is, wil ik één zeer opvallend iets graag aanstippen. Ik keek mijn ogen uit gisteravond. Tijdens de Graalceremonie in de eerste akte houdt koning Amfortas een spierwit doek als symbool voor de heilige Graal omhoog. En op een gegeven moment ontstaat er een bloedvlekje ergens tussen het midden en de bovenkant van het witte doek. En het bloed verspreidt zich naar beneden. Wat wilde Kapoor hiermee zeggen: het gaat toch om een Graal en niet om een levensgroot inlegkruisje? Zoals mijn vrouw al zei: “Typisch een mannenproductie”.

Gelukkig behoudt de aansprekende, krachtige, vloeiende, oersterke en magische muziek van Wagner de kracht om een productie als deze te overleven.

Robert-Jan van Amstel, 19 juni 2012. Aangepast op 12 juli 2012, 2 april 2014 en 2 december 2016

P.s. de productie is weer te zien bij de Nederlandse Opera deze maand december 2016, voor meer info klik hier.

Op de website van Radio 4 Concerthuis was de registratie van de uitvoering op 25 juni 2012 tot eind september 2012 te beluisteren.
Wil je toch graag wat luisteren dan is een goed alternatief de opname uit Bayreuth. Dirigent James Levine dirigeert in dat jaar 1985 een subliem-spelend orkest. De solisten zijn op een paar na niet zo geweldig, maar wat Levine weet te schilderen met het orkest… petje af.

Een mooi en interessant interview met de dirigent:

Trailer van de productie in het Muziektheater door De Nederlandse Opera:

Andere trailer:

Interview met dirigent Marc Albrecht die in december 2016 het orkest zal dirigeren: