Waar staan wij op Golgotha? Meditatie Goede Vrijdag 6 april 2012

NIJMEGEN - De begraafplaats achter de Cenakelkerk is door de kunstenaar Piet Gerrits voorzien van religieuze uitingen. Op de foto verschillende aspecten van Calvaries heuvel 26-03-2013
NIJMEGEN – De begraafplaats achter de Cenakelkerk is door de kunstenaar Piet Gerrits voorzien van religieuze uitingen. Op de foto verschillende aspecten van Calvaries heuvel 26-03-2013 (uit: Reformatorisch Dagblad)

Meditatie Goede Vrijdag 6 april 2012. Traditionele viering in de Stille Week.
Van: ds R.J. van Amstel, Barendrecht
Plaats: Gereformeerde Kerk “Bethelkerk”, Barendrecht
Gelezen teksten:
Psalm 22, vers 2 t/m 9 en Psalm 88, vers 10 t/m 19
Matteüs 26 en 27, een aantal tekstgedeeltes.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Waar staan wij op Golgotha op dit moment?
We zien het kruis. Naast Jezus nog twee. Misdadigers.
Het is al drie uur pure duisternis.
De zon heeft haar licht verloren en daarmee de maan ook. De elementen zijn door de war. De aarde beeft. De kosmos is in schok.

De hemel wordt in de hel geworpen.

Jezus Christus was radicaal: het Koninkrijk van God staat op doorbreken. Bekeer je, draai je om. God is heel dichtbij.
In wat Jezus deed, wat Hij zei, hoe Hij keek, hoe Hij luisterde, weerspiegelde Hij het volle leven van de hemel. Hij die de volheid van Gods Liefde kwam brengen, mensenharten stroomden daarvan over, een menigte mensen ging Hem, de Godmens, achterna.
Zijn aanwezigheid was gedeelde smart/halve smart en vreugde werd dubbele vreugde.
Haast oeverloos kon Hij delen in brood.
Water bloosde tot wijn als Hij in de buurt kwam.
Deze Jezus was het toonbeeld van de visser van mensen.
Wat graag waren ze bij Hem.

En nu: de oren suizen nog na. Palmzondag: Hosanna! De Koning op een ezeltje, binnengehaald op een bed van jassen, neergelegd als persoonlijke gebeden.
Binnen een paar dagen slaat de stemming om: diezelfde menigte heeft nu de kaken op elkaar. De menigte hoort de spotternij door de soldaten en de religieuze leiding van de Tempel in Jeruzalem. “Als Hij de Zoon van God is, laat Hij dan zichzelf redden.”
Niemand steekt nu een hand uit om Jezus te helpen.
En van de discipelen die vanaf het eerste uur dat zij geroepen waren, Jezus volgden, van hen is nagenoeg geen spoor meer.

Waar staan wij op Golgotha op dit moment?
We hebben Jezus nog horen zeggen: “Eli, eli, lama sabachtani” “Mijn God mijn God, waarom hebt U mij verlaten?”
Alle lichten gaan uit.
Bij zijn geboorte was er nog een Ster die aanwees waar Hij te vinden was.
Nu is er helemaal niets.
Zoals de menigte nu zwijgt op Golgotha, nu wij zwijgen, zo zwijgt God ook.

De Gekruisigde hangt ergens tussen hemel en aarde.
De hemel is gesloten, een niet te tasten duisternis; een kosmische stroomstoring.
De aarde wil Hem ook niet meer, liever kwijt dan rijk: veel te rechtvaardig, veel te stellig, veel te radicaal, geen water bij de wijn.
Ja, Jezus is een goed voorbeeld hoe wij ons leven kunnen inrichten. De naaste liefhebben zoals je jezelf liefhebt. Dat proberen we in ons dagelijks leven. Dat is moeilijk. Lastig. Toch weer die ene roddel over een collega of een familielid. Toch maar de waarheid lengen met iets dat helemaal niet overeenkomt met de werkelijkheid. Toch maar nalaten wat je toch had willen doen voor de ander die direct hulp nodig had. Toch viel je in slaap, net als de discipelen in Getsémané, terwijl juist jouw aandacht en gebed werd gevraagd.

Dat radicale van Jezus Christus: je helemaal geven aan God, desnoods ten koste van wat jij als waardevol acht, waar je je zekerheid vandaan haalt, dat is algauw een stap te ver. God komt wel, eerst mijn eigen keuzes. Terwijl Jezus dat steeds wilde omdraaien: Heb uw God lief, heb je naaste lief zoals je jezelf liefhebt.

Gaat God vooraf aan de keuzes in je leven of komt Hij pas achteraf? Hoe het ook zij, de aarde had daar de buik vol van…

Opvallend dat Jezus Christus hier in de opperste verlatenheid niet bidt: “Mijn handen mijn handen.” Of: “Mijn hoofd mijn hoofd”. Hij bidt tot zijn Vader. Hij spreekt Hem aan als God. We weten vanuit de evangeliën dat Hij zijn gebeden altijd begint met “Vader”. De nauwe band tussen Hem en God kon niet duidelijker worden verwoord. Nu aan het Kruis: “Mijn God…”  Hij neemt de beginregel van Psalm 22 in de mond. Zou Hij deze woorden hebben gekozen aan het kruis om lucht te geven aan zijn boosheid en zijn wanhoop? Of aan zijn verdriet?
Zo wordt de psalm waarin de stem van het volk in het Oude Testament klinkt, door Jezus opnieuw in de mond genomen. Als de aarde zelfs deze woorden niet meer bidt, dan doet Jezus dat…. Bijzonder!
Net als Psalm 88 waar verlatenheid en eenzaamheid tot in de vezels voelbaar zijn, drukt Psalm 22 uit hoe en wat de mens kan ervaren als God zwijgt. Want die ervaring is herkenbaar. Dat je in opperste nood, in het diepst van je verdriet, je eenzaamste momenten omdat je je man of vrouw, je vader of moeder, je zoon of dochter, of die ene vriend zo mist, dat God geen antwoord geeft of jou niet het gevoel geeft dat Hij er is…
En Jezus zegt het hardop: “Mijn God, mijn God, waarom heeft U mij verlaten?” Juist van die Godmens die het volle leven van de hemel weerspiegelde in zijn leven, weet niet meer of God er nu nog wel is in het lijden of zelfs daarvan zijn scheppende handen heeft weggetrokken…
Zouden we die godverlaten woorden van Jezus ook kunnen zien als woorden van een overwinnaar? Want zoals Psalm 22 begint met deze woorden, horen we in diezelfde psalm woorden als “In het midden van uw gemeente zal ik van U lofzingen” (Psalm 22, vers 23) of “De Heer is een God van daden” (vers 32). Die “Mijn God mijn God waarom”-woorden herbergen een groot vertrouwen dat God er toch wel is…Maar dat gaat mij te snel.

We ‘horen’ in dit vierde kruiswoord van Jezus de open wond van zijn hart. Jezus bidt tot God aan het kruis:

“Hoe is het mogelijk dat deze breuk zo diep is?!”

Hoe is het mogelijk dat er zo’n grote scheiding, zo’n haast onoverbrugbare kloof is gekomen tussen mensen en God?

Waar staan wij op Golgotha?
Hoe vreemd, hoe mysterieus, hoe mystiek dit misschien ook klinkt, we staan dichtbij God. Want die woorden waarmee Jezus namens de mensheid roept in de duisternis “Mijn God, mijn God, waarom heeft U mij verlaten?” is een vervolg op de oudste vraag van God zelf:

“Waar ben jij, mens?”

In de duisternis staan wij op Golgotha en we worden genodigd in de lichtkring te staan rondom het Kruis.
Het “Waarom heeft U mij verlaten”-gebed wordt door Jezus uitgesproken en in Gods Hart gelegd.
Het nu van het lijden, in de diepste put van het bestaan, ís het nu van de verrijzenis, het hoogste punt van leven. Het kruis, het verwonde hart wordt een geboorteplaats van nieuw leven: de hemel in de hel geworpen om de hel te verwerpen.

De hel wordt gebroken, vertrapt onder de machtige voet van Jezus.
Da’s Goede Vrijdag.

Zo vol van leven is de hemel.
Op dat moment, 2000 jaar geleden, was uw, jouw en mijn leven nog een belofte.
Híj, die Godmens, draagt wat ik eigenlijk had moeten verdragen.
Hij draagt mijn kroon.
Daarom leven wij.

“Waar ben jij, mens?”
We staan op Golgotha: “Hier ben ik, God”

Amen.

Gebruikte literatuur bij de voorbereiding van deze meditatie: diverse commentaren op het evangelie van Matteüs; K. Miskotte, Feest in de voorhof; G. Marchal in Christelijk Weekblad 5 april 2012; H. van Wijngaarden, Jezus in het midden; T. Keller, Kruistocht

De opname van de preek is hier te beluisteren: