Passie en Pasen in de kunst (2)

Deze Goede Vrijdag lees ik vanavond in de Bethelkerk, 19:30 uur in Barendrecht, delen uit het lijdensevangelie van Jezus Christus.  De meditatieve toespraak zal gaan over het vierde Kruiswoord van Jezus: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” (Matteüs 27, vers 46; NBV2004-vertaling)
Ik had een schilderij kunnen kiezen waar Jezus aan het kruis hangt. Echter het schilderij van de Nederlander Hiëronymus Bosch (geboren als: Jeroen Anthoniszoon van Aken, c. 1450 – August 9, 1516) getiteld “Jezus wordt gekroond met doorns” (1490-1500) houdt mij bezig vandaag.

De scène die Bosch hier verbeeldt is te vinden in Matteüs 26, vers 28 en 29. Jezus is dan reeds ondervraagd door de burgemeester van Jeruzalem, Pilatus, en de hogepriester Kajafas. Eerstgenoemde ziet geen schuld in Jezus. Hij wil Hem laten gaan, maar daar wordt heftig tegen geprotesteerd. Uiteindelijk wast Pilatus zijn handen en zegt dat hij niet schuldig is aan de dood van deze man tegenover de menigte mensen: “Zie het zelf maar op te lossen” (Matteüs 26,24) Pilatus laat Jezus kruisigen na Hem eerst te willen geselen.
De Romeinse soldaten weten wel raad met Hem.
Schilder Bosch weet dat zeer sterk in beeld te brengen. Bosch staat bekend om zijn vergrotende manier van schilderen: ijdelheid; wellust; goddeloosheid; agressie. Wat de duistere zijde van de mens is, laat Bosch haast met genoegen zien. De kwast is vaardig als vergrootglas van menselijke emoties.

Jezus kijkt ons rechtstreeks aan.
Hoe zou je zijn gezichtsuitdrukking willen beschrijven?  Heeft het iets verhevens, iets gelukzaligs, iets van rust?
Of is er sprake van gelatenheid, de dingen gewoon ondergaan omdat het moet zoals God dat wil?
Straalt zijn blik iets van alwetendheid uit: kijken zijn ogen uit over de horizon van de dood heen?
Of  is deze blik van Jezus er een van herkenning in het lijden van mensen? Zijn ogen lijken een plek te zoeken op onze ziel.  Alsof we door Bosch worden herinnerd aan deze ogen, wanneer je zelf te maken hebt met duisternis of  lijden. Deze ogen leven met je mee.

De acht ogen van de Romeinse soldaten kijken met een geheel andere intentie.
Als de vier windrichtingen zijn zij enkel gefocust op het moment dat de doornenkroon diep gedrukt kan worden op het hoofd.
Ze staan in de startblokken. Ze kunnen niet wachten om de vernedering compleet te maken.  Op één na hebben ze een martelwerktuig in de hand.
De hand van de soldaat linksonder pakt de Hand vast van Jezus Christus.  In de andere hand heeft hij een stok.
De  soldaat rechtsboven heeft een leren ketting met spijkers om zijn hals, een teken van verlustiging in pijn.
Linksboven zien we de ijzeren bescherming om de hand en onderarm van de soldaat ter bescherming van de doorns.
De soldaat rechtsonder houdt de ‘koninklijke’ mantel op zijn plaats. Of zou hij eerder deze mantel willen open trekken…

De kruisiging moet dan nog gaan plaatsvinden.
Kyrië-eleison!