“Doe eens normaal” – jeugddienst Palmzondag 1 april 2012

Preek zondag 1 april 2012. Palmzondag/Palmarum. Afsluiting catechese-seizoen // jeugddienst
Van: ds R.J. van Amstel, Barendrecht
Plaats: Hervormde Gemeente (PKN) “Dorpskerk”, Barendrecht.
Muzikale medewerking: Hans van Gelder, cantor-organist en I.J.E.-koor Rotterdam olv. Theo Barendrecht
Thema: “Doe eens normaal”
Tekst:  Matteüs 21, vers 1 t/m 17 in de versie “Torrie van Mattie”


Druk, drúk dat het is, niet normaal. Uitgelaten mensen. Met hun wuivende takken van de bomen. Energie, enthousiasme. Een ventielfunctie voor de spanning die er al een tijd hangt in Jeruzalem. De joodse uitleggers van de Schriften in de tempel vertellen al heel lang dat een Messias zal komen om de onderdrukking, de uitbuiting, het morele failliet van de samenleving te herschikken.

De messias is degene die de boel aan kant zal brengen. De samenleving zal weer worden zoals God dat graag wil. Want zoals de Romeinen dat nu doen met Pilatus, de burgemeester van Jeruzalem, met hun zware belastingen die rechtstreeks naar Rome gaan… schande! Op de muren van huizen staan woorden gekerft, grafitti in die tijd, die er niet om liegen: “Een levende Romein is er één te veel!”

Ik zie Jezus daar gaan, ik moet wel op mijn tenen staan om Hem te zien. Niet omdat de heen en weer zwaaiende takken mij het zicht belemmeren of mensen met hun mantels wapperen om die uiteindelijk op de grond te leggen, om zo de harde grond voor Hem te verzachten…  Maar, zie ik het goed: Jezus op een ezelsveulen? Mensen voor mij kijken elkaar en mij aan en zeggen: “Wat is dat nou?! Een echte koning komt toch op een groot fier paard binnen dat een strijdwagen meetrekt? Doe eens normaal!” Ze hadden de verhalen wel gehoord, zoals van keizer Julius Ceasar die in Rome binnenkwam op een groot paard en strijdwagen, toegejuicht door vele mensen met takken en dure doeken. Achter Julius Caeaser liep als de sleep van zijn keizersmantel hordes krijgsgevangen mee. Meegenomen uit Gallië na een grootse overwinning. En Julius genoot zichtbaar, hij verslaat zijn duizenden… En nu Jezus: op een ezelsveulen; een voertuig voor een klein kind of een hobbit. Dat is net als president Obama die op een oude scooter voorbij komt of paus Benedictus XVI in een versleten legerjeep uit de jaren ’60.
Mooi hè, hoe Jezus in het evangelie zoals vanmorgen, verwachtingspatronen weet om te draaien. Dat je iets groots en heftigs verwacht om de wereld weer op de juiste route te krijgen, doet Hij dít.

Wat jij normaal vindt, draait Jezus Christus om.

Op een ezeltje de hoofdstad binnengaan. Niet glitter, glow en show.
Jezus’ Koningschap komt niet met geweld en dood. Hij is de Koning van een heel ander koninkrijk. Een koninkrijk dat het Licht kent van God, de liefde van de Schepper van hemel en aarde, de levensruimte aangeblazen door de Heilige Geest. Waar tranen gedroogd worden, waar dood ver weg is, waar alle kwaad, alle onbalans is rechtgezet.
Daar heeft Jezus Christus al veel van laten zien. Hij is dan zo’n 3 jaar actief in Israël – Hij heeft naam gemaakt bij Jan met de pet, de gewone man in de straat: mensen uit de kreukelzone gehaald, uit alle doodsheid, alle pijn, alle fittie’s/geruzie. God die in Hem zichtbaar maakt dat Hij er nog steeds is, dat de wereld, dat jouw, uw en mijn leven er toe doen, dat we leven door en in zijn Liefde. Dat er nog genoeg leven in de hemel is te vinden.

Met dat geschenk leven wij, dagelijks.

Hoe geef je daar vorm aan je leven: in de klas, op de middelbare school, op je werk, thuis?
Afgelopen week was de week van de Maatschappelijke Stage op Calvijn in Lagewei. Maandagmorgen (26 maart 2012) heb ik een vijftal tweede klassen MAVO/HAVO verteld over mijn werk als dominee. Ik heb de  jongeren verteld over wat ons beweegt als christenen, als kerk hier in Barendrecht. Samengevat in het Grote Gebod: Heb God lief met geheel je hart, geheel je ziel, geheel je verstand en met al je kracht. En:  heb je naaste lief als jezelf. Met dat tweede konden ze wel wat: respect; lief zijn voor elkaar; niet pesten op school; behandel de ander zoals jij ook behandeld wil worden.
En als gemeente van Christus verbinden wij dat met God. O.a. tijdens de catechisaties wordt daarover gesproken: Staat jouw, uw en mijn handelen in verbinding met God?

Gaat God vooraf aan je keuzes of pas achteraf?

De mensenmassa hoor ik nu roepen: “Hosanna” – da’s een vreugderoep, zo op het eerste gezicht. Letterlijk zeggen ze eigenlijk: “Heer, help ons!”
Deze hulpvraag is een gebed. Te midden van alle feestelijkheid klinken gebeden bij sommigen uit de tenen zelfs. Opeens zie ik de dingen in een ander perspectief, in een ander licht: mensen leggen hun mantels, hun jassen neer op de weg, niet om de harde weg te verzachten, maar omdat ze zich willen bevrijden… Ze willen een muur neerhalen… Ze willen zichzelf ontdoen van wat hen gevangen houdt…
De jassen worden op de grond gelegd en ik moet ineens denken aan het verhaal dat Jezus de blinde Bartimeüs weer het licht in de ogen gunt (Marcus 10, 46vv). Dat deed Jezus wel vaker. Bartimeüs die hoorde dat Jezus voorbij kwam lopen met een grote menigte mensen uit Jericho. Deze blinde man roept tot Jezus:  “Heb medelijden met mij”, een soort hosanna maar dan anders.
Omstanders zeggen dat Bartimeüs zijn mond moet houden.
En nog een keer roept de blinde: “Heer, help mij!”
Dan roept Jezus hem en dan, let op: Bartimeüs gooit zijn mantel af en gaat naar Jezus.
Zie je dat voor je:  Bartimeüs zet de eerste stap door op te staan en zijn mantel uit te doen. We zouden kunnen zeggen: wat hem gevangen hield, daarvan worstelt hij zich los.
En Jezus maakt hem ziende.

Nu zie ik hier in de feestdrukte mensen massaal hun mantels, hun spijkerjassen, hun leren jassen, hun zomer- en winterjassen, hun werkjassen, hun nette jassen, hun zondagse jassen, neerleggen op de grond waarop Jezus zal lopen. Massaal geven de mensen een teken dat ze bevrijd willen worden, bevrijd willen worden van denkbeelden die knechten, die gevangen houden.

Misschien herken je dat bij jezelf vanmorgen: “Iedereen vindt mij stom in de klas” “Ik ben lelijk, ik durf mijzelf niet in de spiegel te zien” “Ik doe het niet goed op mijn werk, mijn collega’s doen het veel beter” “Ik heb geen zin meer in dit leven. Zinloos ten diepste.” Gedachten die jou verblinden, gevangen kunnen houden, het plezier in het leven kunnen vergallen…
Jezus Christus komt binnen op een ezelsveulen, op ooghoogte met jou en nodigt jou uit vanmorgen om die gedachten, die gevoelens die je gevangen houden los te laten, bij Hem te brengen. Hij ziet in de Jeruzalem al die jassen en mantels liggen, al die gebeden, al die wensen om bevrijd te worden: ze zijn allemaal in het oog van God.

Jezus komt de stad binnen, niet om de Romeinse overheid over de rand te kieperen, maar om jouw leven, jouw ziel weer te verbinden met zijn Vader, onze God.

Hij komt orde op zaken stellen zo in de Tempel: “Doe eens normaal, het huis van God is geen plek voor geldwisselaars, maar een huis van gebed”.
In de stilte is God te vinden.
In de stilte kun je bidden.

Straks op Goede Vrijdag wordt Hij gekruisigd, op Golgotha. Hij is dan niemand meer. Stervend.
Hij wordt gehangen in onze duisternis.
De zachte grond van de jassen en het joelende geroep is geworden tot daverende spotternij en een hardhouten kruis.
En dan valt de duisternis, de absolute stilte. Jezus roept: “Mijn God, waarom heeft U mij verlaten?” Hij draagt de kroon die u, jij en ik hadden moeten dragen…
In die doodse stilte die volgt, wordt nieuw leven geboren.
Duurt dan nog een paar dagen en Jezus staat op.
Hij bevestigt opnieuw dat het leven een geschenk is, door de dood heen.

Ik leg ook mijn mantel neer voor Jezus. {ik doe mijn jasje uit en leg deze op de kerkvloer}

Amen.