Is de wereld uitbehandeld? Oudjaarspreek 2011

Afgelopen Oudjaarsdag heb ik voor het eerst in eigen gemeente de Oudjaarsdienst geleid. Een bijzonder moment om zo met elkaar in het Licht van Evangelie en de nabijheid van God terug te kijken naar 2011 en een zegen te vragen voor 2012. In deze eredienst heb ik stil gestaan bij de geschiedenis van de vrouw van Lot die in het (achter)omkijken veranderd wordt in een zuil van zout (Genesis 19, vers 26) en de lofzang in de hemel als de hoer van Babylon is verwoest (Openbaring 19, vers 1 t/m 10); twee rokende puinhopen, is er iets veranderd in de wereldgeschiedenis? En als we de rokende puinhopen zien in 2011… is de wereld uitbehandeld? Waar is God in 2011 te vinden?
Met frisse moed ben ik de preek gaan schrijven, maar uiteindelijk een behoorlijke worsteling geworden om alles goed op te schrijven. De inkt was, bij wijze van spreken, nog niet droog om 19:30 uur.
Als je wilt reageren op deze preek, graag.

ds R.J. van Amstel, Barendrecht 2 januari 2012

Preek za. 31 december 2011. Oudjaarsavond.
Van: ds R.J. van Amstel, Barendrecht
Plaats: Gereformeerde Kerk “Bethelkerk”, Barendrecht. Aanvang: 19:30 uur.

Als je de jaaroverzichten en terugblikken op het jaar terugziet op de televisie of in de kranten of op internet, dan vraag ik mezelf weleens af: “Is de wereld uitbehandeld?” Een dagblad noemt het jaar 2011 het jaar waar de wereld zelden zo in beweging was, vergeleken met de andere jaren. Om bij het beeldgebruik van de bijbel te blijven: we kennen de bijbelse varianten

‘Sodom & Gomorrah’ en ‘de verslagen hoer van Babylon’, ofwel de rokende puinhopen van de geschiedenis.
Ze zijn er nog steeds in 2011. Kapotgeschoten dorpen in Libië, de over­stromingen in Thailand, de nucleaire ramp in Japan, Chemie-Pack in Moerdijk (de geur was ook hier in Barendrecht te ruiken), de soms misselijkmakende foto’s van een dode Khadaffi of het portret van Robert M., een dode soldaat in Irak of Afghanistan, een dode door de honger en de dorst, de verwonde bilpartij van een wielrenner. Ieder jaar opnieuw weer die verzuchting of Aha-Erlebnis bij wat je hoort of ziet: “Oja, da’s ook nog gebeurd”.

Is de wereld uitbehandeld? Tegelijk vieren we zoveel. Ieder jaar hebben we onze rituelen: top 10/50/1000/2000, oudjaars- en nieuwjaarsconferences; oliebollen bakken. Gemiddeld geeft de Nederlander 2,50 euro uit aan een fles wijn, maar met Oudjaar kopen we massaal de wat duurdere champagne. De supermarkten doen zeer goede zaken dit jaar. Het record van 33 miljard omzet wordt gehaald. Crisis? We eten wat meer thuis in plaats van buiten de deur. En het lijkt erop dat er niet minder op tafel staat.

Met al dat terugblikken gaan onze gedachten ook naar onze gemeente: het jaarthema “God in Beeld” met leuke en interessante activiteiten. We denken aan het Samen-op-Weg-proces, verder verdiepende contacten met de Dorpskerk. het nog steeds voelbare verdriet van afscheid moeten nemen van een voorganger en de nasleep daarvan en tegelijk zien we de rekbaarheid van de ziel van een gemeente.
Hier in Barendrecht in juni van dit jaar de musical Mozes in het Kruispunt, de diverse bijzondere diensten met koren, de hoogtijdagen, belijdenis door zeven mensen afgelopen kerstdag, dopen van kinderen, in de wijkkerkenraden kan gedankt worden voor de inzet van vrijwilligers, zijn er zorgen over gemeente-zijn nu, het jeugdwerk, diaconie, pastoraat, kerkrentmeesters… Zovele mensen zijn actief, vele handen maken licht werk. Weten we bij dit alles waarom we dit allemaal doen? Wat is het kloppende hart van ons als gemeente?

In het terugblikken dit kalenderjaar kennen we ook afscheid: afscheid van je baan omdat je pensioen kon gaan; gedwongen afscheid van je werk, omdat je werkgever vanwege de crisis moet saneren. Afscheid nemen van je kinderen die op zich zelf gaan wonen of omdat contact verbroken is. Afscheid nemen van van ouders, van vrienden, van collegae, klasgenoten die ons zijn voorgegaan, gestorven door ouderdom, plotseling ontvallen, door een korter of langer ziekbed, wat mis je hem of haar nu naast je, in je bed, als je boodschappen doet en je komt weer alleen in je lege huis. Dit jaar 2011 hebben we afscheid moeten nemen van mensen die voor hun overlijden kregen te horen dat ze uitbehandeld/uitgedokterd waren.  Zo luidde het oordeel van de arts. Ik heb dat woord “uitbehandeld” verschillende keren gehoord het afgelopen jaar.
Als dat woord klinkt, dan zie je ineens in je achteruitkijkspiegel de laatste afslag. Gaan de radars werken: waar word ik straks verpleegd? Loslaten van het leven. De laatste druppel persen uit een reeds uitgeperste vrucht. Wachten tot dat moment dat je je laatste adem geeft. “God, is de wereld uitbehandeld?”, zo heb ik Hem eens gevraagd in een gebed. Als je de bijbelteksten in deze oudjaarsdienst zo leest, dan zou je haast denken: ja, de wereld is uitbehandeld. Want: is er wat veranderd na de rokende puinhopen in de bijbel?

Sodom en Gomorra zijn verwoest, ooit broedplaatsen van wat mensen elkaar aan kunnen doen als medemenselijkheid wordt gezien als iets waar een prijskaartje hangt. Bruut geweld. Ontwortelde mensen. Schreeuwende zelfkant. Waar normaal en pornaal maar één letter van elkaar verschillen.
God bracht volgens het bijbelse getuigenis letterlijk een omkeer in die geschiedenis. Ondanks het indringende gesprek dat Abraham en God hebben in Genesis 18: als er nog 10 rechtvaardigen zijn, dan zou God de stad behouden. Tóch is de maat vol voor God wanneer Hij als engel vermomd de stad heeft verkend. Lot en zijn vrouw en twee dochters hebben te vertrekken. Net zoals gebeurde met Adam en Eva uit het Paradijs. Net zoals Noach met zijn gezin de boot in moesten. Net zoals Abraham zijn eigen vaderland moest verlaten, om het nieuwe land te begroeten. Later in de bijbel, in het boek Exodus, dienen de Israëlieten het slavenland Egypte te verlaten.

In Genesis 19 wordt door God een belangrijke richtlijn uitgevaardigd: Lot en zijn vrouw en kinderen mogen niet omkijken als God zijn oordeel velt; maar de strafmaat op het wél omkijken maakt God niet bekend. Lot treuzelt als een mens in zijn schulp waar hij niet uit wil. Zouden wij ook niet willen. Lot onderhandelt over een nieuwe woonplaats, Soar, “Kleine” in het Hebreeuws. Uiteindelijk gaan ze.
Als de zon opkomt, als de nieuwe dag begint, werpt God zwavel en vuur uit de hemel. Zo  beschrijven de God-gelovige Israëlitische bijbelschrijvers als overwinnaars van hun eigen geschiedenis, het einde van Sodom en Gomorrah. Alle spektakel waarmee dat gepaard gaat, doet de naamloze vrouw van Lot toch omkijken. Zouden wij ook kunnen doen op dat moment.
Want er wordt een stad getroffen waar schuldigen én onschuldigen de dood treffen. Bij het zien van Gods oordeel wordt de vrouw van Lot tot een zuil van zout, zo lazen we. Ze versteent, petrificeert om het ingewikkeld te zeggen. Het is het enige moment in de bijbel dat een mens daadwerkelijk van vorm en inhoud verandert, nergens anders.
Wat zou u, jij, ik doen als je even om het hoekje zou kijken? Dan zou je hart toch haast verstenen bij wat je ziet en meemaakt. Als je de schrik ziet van mensen die overvallen worden door een niet te stuiten vloedgolf aan water of aan geweld…
Misschien heb je zelf al zoveel meegemaakt, gezien, beleefd, dat je hart eigenlijk als versteend aanvoelt. Wantrouwen in het leven, in de ander, in jezelf, in God. Hoeveel zoutpilaren, versteende harten, zullen er nu zijn anno 2011 en waar zijn die dan? Goed, ik besef dat de vrouw van Lot versteent tot zoutpilaar, omdat zij uit ongehoorzaamheid omkijkt om het vernietigende schouwspel te zien. Ze wordt deel van de zoute rotspartijen bij de Dode Zee om zo te blijven getuigen van iets anders, namelijk: ze ging met haar rug naar de hemel staan, met haar rug richting de roeping. Ze houdt Sodom toch voor ogen, keert haar rug richting Soar. En jij: terugkijkend naar 2011, waar heb je iets van God weerspiegeld in je dagelijks leven, waar heb je juist zijn Liefde de rug toegekeerd?
De vrouw van Lot doet wat Israël later doet na de bevrijding uit Egypte: verlangen naar de gevulde vleespotten van Egypte en ziet dus niet meer wat God hedentendage schenkt. En jij: in 2011, wat heb je van God ontvangen, waar heb je God voor gedankt, of ben je dat eigenlijk vergeten?
Zij doet wat de rijke jongeling in het evangelie doet na het gesprek met Jezus Christus: hij wilde het eeuwig leven, maar keerde om naar zijn rijkdom, want daar zat hij nog te veel aan vast. En jij, terugkijkend naar 2011: waar ben je het meest aan gehecht? Hoe was de gehechtheid aan God zichtbaar in het afgelopen jaar? Wat ga je doen in 2012?

Wat zij, de vrouw van Lot, Israël, de rijke jongeling, állen doen is, wat tot aan vandaag gebeurt: omkijken vanuit bepaalde gevoelens van gehechtheid, van het normale gewoon vinden, niet meer als een geschenk van God zien en daar niet meer voor danken. Wat zij allen doen is achterwaarts lopen, achteruit willen struikelen de verkeerde toekomst in. De rug toekeren naar wat God jou schenkt aan toekomst, ofwel, pornaal normaal vinden.
Pornaal is herleid van het Griekse woord pornè . Het woord ‘porno’ in onze taal. In het Grieks betekent het letterlijk: “dat wat voor geld te koop is”. De kredietcrisis van 2008 en nu weer in 2011 is eigenlijk het pornale normaal vinden. Gouden bergen bleken van schuimrubber te zijn, gebouwd met geld dat eigenlijk niet bestaat. Status is vaker afhankelijk van kijkdichtheid dan van met beide benen in de modder staan. Zoete broodjes worden gebakken, maar ze blijken geen voedingswaarde te hebben en laten mensen van goeder trouw hongeren. De porno van Babel zouden we kunnen zeggen. Dat was het beeld dat de gelovige Israëliet en pas bekeerde christen in de tijd van Johannes op Patmos hadden van de Romeinse hoofdstad. De hoer van Babylon: Rome, symbool/samenballing voor de harde onderdrukking, knechting en verafgoding van een mens, de keizer, de pyramide van geld, goed en macht die met al zijn gewicht de gewone vrouw en man platdrukt.
Johannes op Patmos ziet in Openbaring 19 in het visioen dat de roep van de martelaren in Openbaring 6, nota bene in de hemel zélf, door God wordt gehoord. We horen dat terug in vs.2: “het bloed van zijn dienaren zijn op haar gewroken”. De twee beesten in Openbaring 18, symbolen van de religieuze elite en de politieke elite, worden overwonnen. Rome krijgt zijn verdiende loon. Zal worden tot een rokende puinhoop. Net als bij Sodom en Gomorrah heeft God de hand in het catastrofale einde van een wereldrijk. Zo luidt het bijbelse getuigenis, geschreven nu vanuit de hoop dát God zal overwinnen.
Mensen die zeggen dat God in die ene rampspoed of in de andere ellende oorzaak is, hebben God niet begrepen, hebben de ander niet gezien en hebben een hart dat sterk gelijkt op die zoutpilaar daar bij de Dode Zee. Als we God koppelen aan mens-overstijgend kwaad of niet uit te leggen leed, dan heeft Hij en hebben wij geen leven.
Wat we leren uit deze teksten als Genesis 19 en Openbaring 19 is dat God onze Heer is en wij niet zijn adviseurs over Hij wel of niet zou moeten doen. In het afscheid van 2011 en het begroeten van 2012 spreken we uit dat God onze Heer is en dat het leven, ons leven hoe dan ook bewaard is zijn Hand. Hij laat niet los wat Hij ooit begonnen is. Ook jou, u en mij niet.

Als we de tekst van Openbaring 19 goed op ons in laten werken, wordt daar in de hemel een kerkdienst of godsdienstoefening gehouden: 24 voorgangers (12 aartsvaders en 12 apostelen) en de vier dieren (de vier evangelisten in de traditie van de Kerk) prijzen God. Er is gejuich. Er is blijdschap. Er is het heilige genieten dat God de de lelijke, ziekmakende plekken wegsnijdt uit zijn schepping.
Als we Openbaring 19 lezen zo’n 4 uur voordat de klok 12 slaat, dan mogen we horen en erop vertrouwen, dat God, zoals Hij rekening met Abraham houdt (Gen.19,29, letterlijk in de Hebreeuwse tekst: God gedenkt Abraham; Verbonds-God!) wanneer Abraham over de rokende puinhopen van Sodom en Gomorrah kijkt, en zoals Hij met die mensen rekening houdt, die door alle knechting, onvrijheid, onbalans, verdriet, pijn, zorg, teleurstellingen, door het gemis van een liefde, een geliefde, dat Hij rekening houdt met deze wereld, deze wereld gedenkt, dat deze wereld niet uitbehandeld is. God zal de geschiedenis voleinden. In dat licht van zijn liefde begroeten we 2012 en nemen we afscheid van 2011. In dat licht nodigt God ons uit tot het feest: een bruiloftsmaal van het Lam. De Bruid, Gods Schepping, en de bruidegom Jezus door wie en voor wie alles geschapen is (Kolossenzen 1).
Tot die tijd is er gezang in de hemel. Wordt daar gelezen uit het levensboek en doen wij dat hier in dit huis. Zingen we mee tot aan vandaag en in 2012 verder met die groep in het visioen van Openbaring 19: we zingen niet tegen de bierkaai, we zingen om die hemel open te houden. Om God te herinneren aan zijn Verbond. Om onszelf te herinneren we zijn in zijn Licht, wandelend in en door zijn Liefde.
We zingen met al die getuigen mee: de wereld is niet uitbehandeld, is niet uit de Hand van God. De wereld heeft toekomst – zelfs rokende puinhopen in de wereldgeschiedenis, puinhopen in onze eigen geschiedenis, beletten God niet de zon te laten opgaan. We herinneren  ons de woorden in Ezechiël 36, vers 26: harten van steen, de zoutpilaren van deze wereld, krijgen een nieuw hart van God.
Ons leven heeft toekomst, want het gezang van de hemel is toekomst-muziek, ook in 2012.

AMEN.

Gebruikte literatuur: Westermann, Genesis 12-50; Zimmerli, 1. Mose 12-25; Van de Kamp, Openbaring; Kass, The Wisdom of Genesis; Heschel, De mens is niet alleen; W. Barnard, Stille Omgang; W. Barnard, Bezig met Genesis; blog van ds Wim de Bruin: http://wimdebruin.blogspot.com/2011/07/kosmische-tekenen-als-aankondiging-van.html;