De eerste 500 jaar ga ik vissen

De herfst begint nu echt door te breken. De ongekende temperaturen de eerste dagen van november gaan nu richting normale, koude waarden. De nacht snoept meer en meer tijd van de dag. Bepaalde bomen die het langste hun bladeren hebben vastgehouden, laten ze nu ook los. Alles wordt kaal. De geur van de herfst is typisch. Op Twitter zegt iemand, kort en bondig: “Herfst. Depri.” Juist in deze tijd waar de natuur voor een deel lijkt te sterven en tegelijk iets van de belofte houdt om weer tot leven te komen, herinneren mensen in de diverse kerken en -genootschappen dierbaren, vrienden, bekenden, gemeenteleden die hun zijn voorgegaan in de dood.

 Lezen uit de Bijbel: 1 Timoteüs 6, vers 11b t/m 16

De rooms-katholieken herdenken o.a. met het aansteken van een kaarsje hun dierbare op 2 november, Allerzielen. De achterliggende gedachte bij Allerzielen is dat de overledene door het gebed een extra zetje in de rug krijgt richting hereniging met God, of zoals ik lees op de website van de omroep RKK: “eeuwig gelukkig zijn bij God”. Bij ons morgen, zondag 20 november, vieren we Eeuwigheidszondag, de laatste zondag van het kerkelijk jaar. We noemen de namen van gemeenteleden die zijn overleden in het jaar en met hen allen die recent of langer geleden zijn gestorven.  Aan dat gedenken en noemen van de naam is verdriet verbonden omdat je een zoon, een dochter hebt moeten begraven, terwijl je hem of haar nog zoveel had gegund. Je man of vrouw loslaten met wie zoveel hebt beleefd. Definitief afscheid nemen van je moeder of vader na een lang, slopend ziekbed, of plotseling geveld door de dood. Je oma of opa met en op wie je gek was, als je eraan terugdenkt: ik had m’n oma of opa nog zoveel willen vragen en nog willen zeggen.

Het graf kan een paradijs voor mensen zijn die in het leven zijn uitgedaagd, lichamelijk, geestelijk, die alles tegelijk hebben ervaren. Een leven dat eigenlijk maar half was, nooit tot echte wasdom gekomen. Ernaast grijpen, geen kansen krijgen, het lot van mensen die in alle stilte verdwijnen. Je eigen verwachtingen in het leven tot op het laatst niet uitgekomen. Mensen die midden in het leven staan en voor veel mensen betekenis hebben, kunnen eindigen als een hoopje mens tijdens een ziekbed. Langzaamaan zie je het geestelijke en lichamelijke kaarsje uitgaan. De dood heeft wat dat betreft vele gezichten. Woorden van een Franse filosoof en schrijver H.F. Amiel schieten mij te binnen:

“Hoe kan het in een wereld waarin niets blijvend is, waarin alles wat we hebben liefgehad of zullen liefhebben moet sterven? Is de dood dan het geheim van het leven?”

De apostel Paulus die zijn eerste brief aan Timoteüs schrijft, ontkent de dood niet. Hij ziet in het leven juist een ander geheim dat in Jezus Christus gelaatstrekken kreeg: God houdt alles in leven (vs.13), terwijl Hij alleen onsterfelijk is en woont in een ontoegankelijk licht (vs.16). Paulus roept het eeuwige leven te winnen of, in de oudere vertaling, te grijpen (vs.12).

Anno 2011 lijkt het eeuwige leven niet zo aantrekkelijk: zijn we wel gebouwd op de eeuwigheid? Zoals Winston Churchill eens zei:

“De eerste vijfhonderd jaar ga ik vissen, maar daarna weet ik het ook niet meer.”

De bijbel zelf is ook niet eenduidig wat betreft het eeuwig leven. De meest bekende is wel de hemel waar mensen in lange witte gewaden zitten, zingen en hun ogen gericht op God. Als we over het eeuwige leven nadenken, dan is het niet: op de oude voet verder gaan; ook geen bovenmenselijk leven. Eeuwig leven is met het nieuwe leven doorgaan. Zoals Jezus zegt in het evangelie: “Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven”. Sterven is erven.

Zoals het kind pas na de geboorte de moeder kan zien, zo zien we God na de dood. En: zoals een baby in de moeder is, zo worden wij door deze God omsloten. Gods Licht, Gods Woord, Gods Geest, God met zijn geopende, dragende Handen. Met in zijn Handpalmen onze naam gegraveerd. Dat is het geheim van leven: de herfst draagt de belofte van de lente. Ons leven herbergt de belofte van eeuwig leven waar de jaren niet te tellen zijn.

ds Robert-Jan van Amstel

(gepubliceerd in Klankbord, kerkblad van Hervormd en Gereformeerd Barendrecht, 19 november 2011)