Preek zo 23.10.2011 Unique Selling Point

Preek zo. 23 oktober 2011 van ds R.J. van Amstel, Barendrecht
Plaats: Gereformeerde Kerk, Schoonrewoerd.
Bijzonderheid in deze eredienst: doop van Arianne Mirte (Maritza) van den Berg (* 17 september 2011)
Gelezen bijbelteksten: Jona 2, vers 1 t/m 11 & Matteüs 12, vers 33 t/m 41

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

“Wat is eigenlijk het unique selling point, het USP, van de christelijke kerk?”  Deze afkorting USP komt uit de marketing: wat is de unieke, onderscheidende eigenschap, het beste verkoopargument, van een bepaald product.
Wat is het unieke, onderscheidende van ons als christelijke gemeente deel uitmakend van de Protestantse Kerk in Nederland, de PKN? Tuurlijk, je kunt wijzen naar de doop, zoals Maritza vanmorgen. Uniek wat daar zoal gebeurt. Dat moment dat het water klatert over het hoofd, een intens moment. Het is voelbaar dat God ineens zo dichtbij is. Dat Hij óók Maritza niet meer loslaat, het werk van zijn Handen aan jullie, Gerlinde en Johan, toevertrouwt.

Maar goed: de PKN kampt met een imago-probleem, zo is door onderzoeksburo Motivaction eerder dit jaar geconcludeerd. Een deel van de mensen weet de kerk te bereiken, maar een groot deel van de Nederlanders wordt niet warm of koud van de PKN, en dat geldt niet alleen voor niet-PKN’ers.  Wat is het unieke voordeel van het product waarvoor wij zondag bij elkaar komen, dat we samen bidden, samen dopen, samen bidden, elkaar samen ontmoeten?

Jona, heer Duif in het Hebreeuws, zit nu in de buik van een grote vis (Jona 2,1). Hij is berooid, heeft niets meer om handen, onthecht. Hij zag het unique selling point, het USP van Gods oproep niet. In plaats van naar Nineve te gaan om te profeteren waar het kwaad tot in de hemel te horen was, aldus God in Jona 1, gaat Jona naar Tarsis, de andere kant op. Tarsis (niet Tarsus!), het zuidelijke puntje van het huidige Spanje was het randje van de wereld in het toenmalige wereldbeeld: als je daar voorbij ging, dan viel je daarover. De neus van Jona wijst d de kant op waar de zon ondergaat, waar hij diep kan afdalen, zo de anonimiteit in. Niet geboren om profeet te zijn of te worden. Wat maakt zijn aanwezigheid nou uit daar in die grote stad Nineve?

Ik zeg het wat cru: wat maakt jouw aanwezigheid hier als christen nou uit in het dorp of de stad waar je woont? Wat maakt jouw hier-aanwezig-zijn nou uit in een wereld die iedere dag opnieuw wordt opgeschrikt door meedogenloos, bloederig geweld waar de voorpagina van menig dagblad van getuigt. Gemeente, dat moet toch ook in de hemel te horen zijn wat in onze samenleving, onze wereld gebeurt? Wat maakt jouw aanwezigheid is christen nou uit?

Jona is letterlijk weg van God. Heeft hij een keer die ervaring met God, die roepstem gehoord, gaat hij niet. Bij Tarsis komt hij nooit aan. Om een heftige storm tijdens de boottocht te bezweren laat hij zich in zee werpen. De zee werd voor Jona de geopende putdeksel van het dodenrijk. Per definitie is Jona als verloren te beschouwen, over en uit, finito. De schijn van eigen individualiteit, eigen keuzes maken, zelf de dingen doen die je belangrijk vindt. Het is zo vaak schone schijn. Prat gaan we op onze autonomie, zelfbeschikking, word je aangesproken op jouw unique selling point, je talenten, je gaven.

Maar: wie ben je als op een kruispunt staat in je leven, dat je verlies kent, eenzaamheid die je gevangen kan houden, je hebt naamsbekendheid, maar naar jezelf toe ben je anoniem, je staat een moeder, een vader, een kind, een geliefde, een vriend af aan de dood, wie of wat ben je dan? Of zoals in het TV-programma “Over de Streep” dat eerder dit jaar werd uitgezonden: als je ziet hoeveel jongeren over die streep gaan als hen gevraagd wordt of ze iemand kennen die zelfmoord heeft gepleegd of ze zelf een poging daartoe hebben gedaan… Er is zoveel verdriet in zoveel huishoudens.

Wat doet God? We lezen het: “De Heer liet Jona opslokken door een grote vis”. Je zou kunnen zeggen als je je onderbuik laat spreken: God maakt het nog een tandje erger. Zo is dat natuurlijk niet bedoeld. Jona is weg van God, maar God niet van hem, niet van deze mens. God zit hem dicht op de huid, ook al heeft Jona dat niet in de gaten. God heeft een grote vis achter de hand. Historisch of niet, doet er niet toe. De grote vis als beeld voor het begerige dodenrijk, want in die tijd, 3e/4e eeuw voor Christus was het dodenrijk voor de Israëliet een levend iets. De profeet Jesaja spreekt over de muil van het dodenrijk die mensenlevens opslokt (Jesaja 5, vers 14).  Nu die vis in beeld komt, is een reddingsboei niet meer nodig.

Wat doe je dan als alle schijn is verdampt en verdwenen? Dan komt je zijn naar boven. Wie je bent, ten diepste. Dan word je je bewust, dat, waar je aan gehecht bent in het dagelijks doen en laten, dat dát jou kan loslaten. Wat is je gehechtheid, ten diepste? Waar ben je mee verbonden, ten diepste? Om die vraag te beantwoorden moet Jona die diepte in, gaan we met hem mee, neemt de verteller ons mee, “het hart van de zee” (vs.4), zinkend naar de bodem (vs.7). En dan, alsof er een raampje in de grote vis zit, heeft Jona zicht op de wortels van nota bene de bergen die geen stap verzetten, wat er ook gebeurt. De schijn is verdwenen, ten diepste, wie ben ik?

Jona zit in de buik van een grote vis. Kijk maar naar hem: lege handen. Hij heeft niets waar hij zich aan kan vastklampen. En dat is, hoe raar en vreemd dat wellicht ook klinkt, een unique selling point van het bijbelse volk van Israël, van een gemeente van Christus Jezus anno 2011, van u en jou als gemeente in Schoonrewoerd, dat geldt ook voor Maritza, ook al ze nu heel klein.

Ga je een auto kopen of een nieuwe keuken of je badkamer opknappen, dan overlaadt de verkoper of de aannemer je met unique selling points, unieke voordelen van hun product (lage bijtelling, weinig CO2-uitstoot, comfortabel etc), terwijl je gewoon wilt dat een auto rijdt, het gasfornuis werkt en dat er warm water uit de douchekop komt. De psychologie van de marketing zit kunstig in elkaar. Daar heb je je handen vol aan.

Maar ons unique selling point is, dat we lege handen hebben, dat is marketing-technisch lastig en daar kunnen we ons hoofd over breken als we als PKN missionair en gezichtsbepalend bezig willen zijn in ons dagelijks leven. Toch: we hebben onbewezen woorden (op Twitter las ik: religieuze teksten hebben allemaal de aard van een gokje wagen), we leven met een visioen op ons netvlies, Gods Koninkrijk/nieuwe hemel en een nieuwe aarde, door generaties overgedragen, je probeert het je kinderen mee te geven, als gemeente geven we het mee aan onze jongeren, op school, thuis. We hebben als gemeente een teken van God, woorden van God, die God met Zijn onverzoenlijke hoop, kracht, geloof, liefde voor deze wereld, dat we als wereld een toekomst hebben waar waar mensen leven zonder de schijn, zonder het schijnsel van geweld, moord, doodslag, armoede. Jona gaat zingen, net zoals wij iedere zondag doen, oude liederen of nieuwe teksten. We zingen geen Coldplay of Marco Borsato of Lady Gaga. Dat zou  een uitdaging zijn, toch kiezen we woorden die de eeuwen hebben overleefd.
Jona krijgt flarden tekst in zijn hoofd die hij kent uit de tempelliturgie, waar de psalmen van David veelvuldig gezongen worden. Psalm 42, Psalm 130.
Hij denkt aan Mozes, het lied van de Schelfzee in het boek Exodus in de thora, de redding van een volk, het volk van Jona, droogvoets lopend op de bodem van de zee naar de overkant. Zoals vanmorgen herdacht is bij de doop van Maritza. Ook zij is door het water opgenomen in de mensengemeenschap van God. Jona bidt, tóch. Hij zingt, tóch.

Weg van God was deze Jona, nu zoekt Jona deze God op. Want hij weet tot in zijn vezels, dat hij gehecht is aan God, de bron van alle leven. Jona zingt: “Nu mijn levensadem mij verlaat”, ofwel: wat hem ooit geschonken is, de eerste ademhaling na de buik van de moeder te hebben verlaten (de baarmoeder als beeld van de grote vis), gaat weer terug naar God. Zijn gebed komt tot God in de heilige tempel. Jona komt tot de ontdekking dat God niet gebonden is aan muren, of aan priesters, of aan dominees, of aan imams of andere geestelijke leidslied of aan kerkbesturen. God  is overal. God is gehecht aan jóu. Zoals de doop dat betekent: God hecht zich aan Maritza, Hij gaat met haar mee. “God redt”, zo zingt, bidt deze mens Jona, schoorvoetend. Er gaat een licht op in de duisternis van de buik van de vis.

Nu kun je natuurlijk zeggen: de vis wordt kotsmisselijk van die vroomheid van Jona en spuwt hem eruit, zoals ik ooit een collega-predikant hoorde zeggen. De bijbelverteller doet dit: nadat Jona is uitgezongen, zijn gebed heeft uitgesproken, horen we niet dat de vis misselijk wordt. Daarbij horen we ook niet dat God richting Jona een antwoord geeft: “Ik heb je gehoord, Jona” Want die verwachting kennen we ook wel: op je eigen gebed een antwoord krijgen die er bij past. Schijnbaar moet het voor ons zo werken.

Net als die religieuze elite in de tijd van Jezus de Christus, de Farizeeën en schriftgeleerden. Op allerlei manieren proberen ze Jezus in de schijn te zetten van charlatan en raddraaier, maar Jezus haalt de schijn weg en zegt wie je bent. Wat je uitspreekt, zegt iets over wie je bent, dat is het resultaat van wat overstroomt uit je hart, wat je haalt uit je schatkamer, een ander woord voor het hart van de mens. Wat je zegt, wat je doet, heeft allerlei echo’s in het dagelijks leven, in bijbels perspectief: echo’s in de eeuwigheid. Een woord kan zijn als verzachtende zalf, of: kan worden als een boemerang. Ga maar na in je eigen dagelijks leven: wie heb je voor het laatst een compliment gegeven of heb je met je woorden onderuit willen schoffelen? En wat geven jullie, doopouders, mee in het hart van Maritza, waaruit zij later kan putten? Wat is haar zijn als de schijn verdwenen is?

De religieuze elite neemt echter geen genoegen met woorden alleen, daar staan ze boven, zo blijkt uit hun volgende vraag. Ze willen een teken. “Wat is jouw unique selling point, Jezus?”, modern gezegd. Jezus wijst naar het teken van Jona, want God, zijn Vader, God doet het anders, zoals de schrijver van Jona 2 vertelt: “Toen, op bevel van de Heer, spuwde de vis Jona op het land.” Beeldend gezegd: een nieuwe geboorte uit de baarmoeder van het dodenrijk[1].  God doet het anders: de dood aan het kruis waarbij alle verwachtingen leken te sterven, wordt door God nieuw leven vanuit het graf. Dat visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde opeens in een ander licht. U, jij en ik staan sinds Pasen in een ander licht, wordt het watermerk van de doop bij Maritza zichtbaar in dat licht.

De vis spuwt Jona uit.  Jona is weer terug op de plek waar hij ooit in de boot afdaalde om de anonimiteit tegemoet te gaan. Hij is nu op dezelfde plek en zijn leven staat nu in een ander licht. Opeens kun je weer terugkomen op een plek waar je eerder was vertrokken. Ben je door een dal gegaan, in bijbelse taal: drie dagen in een haast dodelijke duisternis, ben je weer boven gekomen, bleek je pijn, je verdriet, je boosheid, een geboorteplaats te worden voor nieuwe kracht, nieuw perspectief. Niet door enkel te vergeten, maar dat te plaatsen in een perspectief. Je staat in een ander licht. De belofte van God, dat geen traan vergeten wordt, dat je alleen-zijn bij Iemand-met-hoofdletter-I in het zicht is, dat God aan je gehecht is, dat is zijn handelsmerk.

Wat is het unique selling point van de christelijke gemeente, van de Protestantse Kerk in Nederland? Dat is bidden met lege handen, dat is zingen van liederen die de eeuwen hebben overleefd, dat is elkaar ontmoeten in en buiten de kerk, dat is dopen van mensen zoals Maritza, dat is vertrouwen hebben dat God komt met die nieuwe hemel en nieuwe aarde, tot dat moment weerspiegelen wie God voor jou is, wat komt er uit jouw hart aan goede woorden en dingen te voorschijn. Het USP van de PKN is: gehechtheid aan God, dat is zijn in plaats van schijn.

AMEN.

Gebruikte literatuur: BKAT Jona; POT Jona; Th. Naastepad, Jona. Meditatieve teksten van H. Oosterhuis; K.H. Miskotte; J. Bluyssen, God verborgen en nabij.

[1] Een spottende neus van de schrijver richting de omringende volken van Israël, die het dodenrijk slechts kennen als éénrichtingsverkeer, ook al zijn daar uitzonderingen op te maken.