Vol op het orgel – Messiaen en de Eeuwige Kerk

Over muziek schrijven blijft altijd iets lastigs hebben. Waar de een helemaal tot tranen geroerd wordt door bijvoorbeeld muziek van Olivier Messiaen op een groot fors Cavallé-Colle orgel (kom ik zo op), blijft de ander een onaangeroerd ijskonijn. Muziek is vluchtig en tijdelijk. Wanneer ik Spotify op pauze zet en daarmee de speeltijd, dan rest frequentieloze stilte.

Landschap

Tegelijk is muziek sterker dan tijdigheid én de pauzeknop van de streamingdienst. Muziek trekt sporen in mijn geestelijk landschap. In dat landschap van noten en tonen zie ik monumenten: muziek waar ik dol op ben. Ik druk op een interne knop en ergens in mijn hoofd ‘klinkt’ muziek. Weleens geprobeerd muziek in je brein aan te wijzen? Zeker de in mijn brein geëtste muziek is al braille te volgen.

Er zijn in het landschap ook kleine stukjes muziek, een frase, een akkoord, een kort refrein, het intro van een popsong. Het menselijk hoofd is een fenomenale muziekrecorder. Duizenden uren muziek die actief of passief toegankelijk zijn. Wellicht herken je dat. Ik ben zelf geboren in de jaren 70 van de vorige eeuw. De jaren 80 en 90 waren muzikaal vormende jaren in mijn puberteit en studietijd. De jaren 20 van deze eeuw zijn bijna in beeld. Ik hoef maar een deuntje te horen uit een jaren 80-playlist en hop, herinneringen en bepaalde gevoelens zijn instant beschikbaar.

Messiaen

Olivier Messiaen (foto via Wikipedia)

En toch, over muziek schrijven als leek doe ik graag. Ik heb door het lezen van kranten, boeken en tijdschriften en berichten in Facebookgroepen en Twitter en andere kanalen nieuwe muziek ontdekt. Of juist in levenden lijve ontmoet ik iemand die vol enthousiasme praat over een muziekstuk van een componist of een muziekgroep die voor mij volstrekt onbekend is.

Zo’n componist is de Fransman en diepgelovige Rooms-Katholiek Olivier Messiaen (1902 – 1992). Tot ruim voorbij mijn 35e levensjaar had ik van die man zijdelings gehoord. Organist en docent-emeritus Kerkmuziek aan het Conservatorium van Rotterdam. Hans van Gelder, tevens lange tijd vaste organist van de Dorpskerk in Barendrecht, bracht Messiaen mij een stuk dichterbij. Live heb ik het kwartet voor vier instrumenten “Quattuor pour la fin du temps” (Kwartet voor het Eind der Tijden; 1941), gehoord. Wat een intense muziek als je nagaat dat Messiaen deze muziek in het concentratiekamp heeft geschreven. Via de uitleen van de plaatselijke bieb hoor ik een orgelstuk via CD van de Fransman. Echt, waanzinnige muziek: L’Ascension part III: “Transports de joie”.  En nu jaren later, 2019, kom ik via Spotify een ander orgelstuk van Messiaen op het spoor.

De Eeuwige Kerk in C groot

Namelijk: “Apparition de l’Église eternelle“, vertaald: de Verschijning van de eeuwige Kerk, een werk uit 1932 voor zeer groot orgel. Ondanks de vele kruizen, mollen en hersteltekens in de partituur is het stuk niet super ingewikkeld. De compositie staat in C groot. Da’s geen loze informatie.

De allereerste keer dat ik de muziek hoorde en de Franse titel las met de verschijning van de eeuwige kerk., had ik gelijk associaties zonder mij nog verdiept te hebben in de achtergronden van de compositie. Die eerste indrukken geef ik weer.  Je kunt natuurlijk ook eerst luisteren, scroll naar beneden en luister met het volume lekker open. Of begin eerst met lezen en wie weet herken je iets terug van mijn beschrijving.

Popelen in de hemel

Alles begint zacht én dissonant. Alsof de chaotica, het gebrokene, het onaffe gelijk in beeld moet komen. Ook voelbaar: de grote zware 32-voet van het orgel gromt mee. Iedere keer zet de componist een stapje: naar voren, boven, beneden, opzij. Alsof hij met zijn voeten vaste grond zoekt te midden van de wonden van de schepping. De muziek is beschouwend, afwachtend, ingehouden. Dat alles gaat vergezeld met een rustige hartslag.

Met de klim naar boven, gebeurt er ook iets van boven naar beneden. De hemel ontluikt. Licht dringt voor of door, een kier in het firmament. Er staat iets te popelen daarboven. Terwijl de componist verder naar boven reikt, voetje voor voetje, is in de hemel van alles gaande. Grappig hoe het verlangen van de mens synchroon loopt met het verlangen van de hemel, als de akkoorden in de muziek schuren en gelijk oplopen. Soms dan zijn ze harmonieus en staan ze zonder kruizen en mollen naakt op de notenbalk, in C-groot.

Van dissonant naar groots consonant

Uiteindelijk houdt de hemel het niet meer. De kijkende mens ziet van alles gebeuren: het licht in de vorm van een Kerk zonder muren, zoals laserstralen een figuur kunnen laten zien. Het orgel gaat luider spelen. Een paar herhalingen van akkoorden alsof God diep ademhaalt. Het moment is daar: God roept “Licht!” Het orgel davert in C-groot – voor Messiaen hét akkoord voor het mooiste, meest zuivere Licht – in een enorm lang aangehouden akkoord. Of, zoals ik een keer iemand hoorde zeggen: een “transcendentaal orgasme”. Het Lichtende, de Eeuwige Kerk, de gemeenschap van heiligen, van mensen geraakt door het goede, door het evangelie dat het leven niet eindigt in doffe ellende of een onmetelijk zwart gat.
Nog een keer wordt datzelfde C-akkoord herhaald, maar dan korter. De dissonanten overheersen weer.

De stilte keert terug

De ziel heeft genoeg gezien – het Licht, de Eeuwige Kerk, trekt zich weer terug. De kijkende mens neemt stapjes terug in die onaffe, zo gebroken wereld.  De laatste akkoorden die dissonant zijn worden steeds meer verzuchting, een berusting. Het laatste akkoord is een open einde en de stilte klinkt – de muziek met die grote C zit nu in hoofd. De muziek heeft zichzelf vermenigvuldigd. Een stem vol van belofte. Zoals God zelf zegt: “Zie Ik maak alle dingen nieuw” (Openbaring 21)

Twee fragmenten

Olivier Latry (foto via Wikipedia 2017)

Fragment 1 – via YouTube Music kun je hieronder de opname luisteren “Apparition de l’Église Eternelle”. Aan het klavier zit OIivier Latry. Hij is een belangrijk interpreet van het werk van Messiaen. Alle orgelwerken heeft hij opgenomen met steeds dezelfde toewijding.
In onderstaand fragment en geweldig opgenomen door Deutsche Grammophon bespeelt Latry het beroemde en geweldige Cavaillé-Coll-orgel van de Notre Dame in Parijs. Inderdaad, het orgel van de onlangs afgebrande kerk. Gelukkig is het orgel behouden gebleven op water- en rookschade, klik hier voor meer info over het orgel en de brand van april 2019.
Het zou mooi zijn als Latry dit stuk zou spelen als de kerk weer heropend wordt :-), dan wordt de herbouwde kerk echt tot in alle hoeken bereikt 🙂

Begin dus met luisteren en ik hoop dat je een subwoofer hebt of een goede koptelefoon voor de laagste tonen.
Het lange, uitbarstende C-akkoord waar ikzelf tot tranen toe bewogen wordt en het orgel op volle sterkte klinkt vind je op 4:54.
Fenomenaal trouwens hoe platenmaatschappij Deutsche Grammophone dit stuk heeft kunnen opnemen in 2002. Ik ken zelf geen andere opname van deze compositie waar de orgelgrandeur zo sterk is vastgelegd.

Fragment 2- Olivier Latry speelt op het orgel van de Notre Dame live het werk van Messiaen. De luisteraars zitten met de rug naar het orgel; het geluid wordt echt over hen uitgestort. Volgens mij moet dat een fantastische ervaring zijn om door zo’n orgel met deze muziek letterlijk een muzikale douche te krijgen. Alsof je als hoorder wordt omhelst..

Als je scrollt naar 5:24 dan hoor je het befaamde C-akkoord. Ik zou zeggen: begin gewoon bij het begin.

Over muziek schrijven blijft heikel en misschien word je er niet warm of koud van.
Toch wilde ik je dit niet onthouden – want er zijn zoveel mooie klanken tussen hemel en aarde.

Robert-Jan van Amstel, 31 augustus 2019

Ps. 24 sept, 2019: bloggen over deze muziek is nooit klaar, überhaupt over muziek. Zo ben ik de laatste tijd gefascineerd door het idee om de ouverture van de opera Lohengrin (Richard Wagner) te vergelijken met het Apparition van Messiaen. De Fransman was een groot liefhebber van Wagners muziek. Onderzoeksvraag zou kunnen zijn: op welke manier is de Lohengrin-Prélude een diapositief van Apparition?

De ene begint heel laag en brommend. Wagners Lohengrin begint met hoge, haast ijle tonen in de violen. En zowel in de ouverture als in Apparition is een muzikale ontlading waar het brandpunt gevoeld en gehoord wordt.
Daarbij: de decormaker Neo Rauch die vorig en dit jaar Lohengrin heeft ingekleurd in Bayreuth in een vorm van Delfts blauw en de filosoof Nietzsche noemen die noten van Lohengrin “blauwige muziek” (bläue Musik). Daar Messiaen met kleuren werkte in zijn muziek – zijn er parallellen te vinden?