In de papierversnipperaar

Stofzuigerzak (Miele)Met een pak stofzuigerzakken sta ik te wachten in de rij voor de kassa van een electronicagigant. Achter mij komen twee jongens van in de twintig te staan. Ze hebben beiden afgetrapte Vans-gympen aan. Bij een van hen komt de witbesokte kleine teen al naar buiten. En ze dragen allebei een driekwartbroek waardoor ze kleiner lijken dan ze zijn.
De afstand tussen henzelf en de kassadame bevalt hen niet. Vooral als een wat oudere heer in hun ogen zit te klieren met zijn pinpas, zien ze aanleiding om wat suggesties te doen: “Alle ouderen hun pinpassen inleveren en in de papierversnipperaar.”
“Huh?!”, zegt de ander met haarcoupe Bloempot.
“Die pinpassen natuurlijk!”, gevolgd door een niet te missen rollende lach uit een scheve mond, daaronder een T-shirt met een hals dat je eerder een  Y-shirt ziet.
Papierversnipperaar (beeld via internet)De Bloempot antwoordt: “Nou, dan weet ik nog wel iets. De Koran erachter aan. De Bijbel ook. Al die onzin, hoppa.” De scheve mond laat een instemmend hummetje horen: “Goed idee. Er zijn iets van zeven of acht monotheistische geloven in de wereld.”
“Alle gelovigen zijn echt verschrikkelijk”, vult de Bloempot aan.
“Nou, vind je?”, geeft de scheve mond terug, “christenen vind ik de minst erge van allemaal.”
Dan wordt het voor mij onverstaanbaar, want hij kijkt naar achteren.
Inmiddels groeit de rij bij de kassa verder.
En de jongen die eerder instemmend humde, vervolgt als een Jaren50-dominee op de kansel: “Ze moeten doen wat in Deuteronomium 21 staat.” Het woord met zes lettergrepen met opzet bekakt en stotterig uitgesproken.
De Bloempot doet hem na, alsof hij als een koe het woord herkauwt: “Deutoronomium 21. Haha! Wat staat daar dan?”
Het Y-shirt laat horen dat hij van wanten weet: “Lui-ste-ren naar Gód!”
“Hou maar op”, zei de Bloempot, “niets van waar. Als die god bestaat, dan is het dwangbuis en Dormicum voor die god.”
Het Y-shirt proest het uit: “Dormicum! Daar hebben ze mijn opa mee laten sterven. En…”
Iemand van de beveiliging roept tot de Bloempot en het T-als-Y-shirt dat de andere kassa open is.
De rij achter mij verplaatst zich en de jongens worden gelijk geholpen.
Bloempot en Y-shirt rekenen hun BluRay-box met Disneyklassiekers af en lopen de winkel uit.

Ik ben flabbergasted, van mijn apropos: “Ik had iets terug moeten zeggen, op het moment dat één van hen zei dat alle gelovigen verschrikkelijk zijn. Ik Iets in de trant van: ‘Jullie hebben geen idee wat jullie zeggen.'” De gedachte gaat door mijn hoofd. En geen gevolg daaraan gegeven.
Of is het, achteraf gezegd, wijs geweest om niets te zeggen?

ds Robert-Jan van Amstel, 29 juli 2015