God in Beeld

In het nieuwe kerkelijke seizoen die spetterend en enthousiast is ingeluid afgelopen zondag in de Sporthal van Barendrecht (PKN & RKK), 11.9.2011, is het jaarthema “God in Beeld”. A.s zondag 18 september is er een preekbespreking nav. de preek over Handelingen 17, vers 16 t/m 34. Paulus die met Atheners in gesprek is over de inhoud van het christendom. Zeer sterk hoe Paulus de culturele, filosofische en spirituele omgeving opzuigt en deze in gesprek laat gaan met het groeiende christendom.

In het kader van het jaarthema “God in beeld” van de PKN-kerken hier in Barendrecht heb ik een meditatie geschreven voor het kerkblad “Klankbord” en op de website www.pknbarendrecht.nl. De site is weer ververst, daarom mijn meditatie hier op WordPress (en op Facebook) geplaatst.

“God in beeld”

Zoveel zielen, zoveel godsbeelden: God de liefdevolle Vader of de almachtige Heer die alles in handen heeft. De strenge God die zal oordelen de levenden en de doden. God bestaat niet, Hij gebeurt. Flirten met God. Godsbeelden hoeven elkaar niet uit te sluiten. Opvallend is wel dat jouw levensfase je beeld van God kan kleuren. Een kind kijkt anders naar God dan een volwassene. Als jongvolwassene ben je minder, meer of anders met God bezig dan bij wijze van spreken je oma of opa.

Lezing: Exodus 32, vers 7 t/m 14

Het volk Israël is in een belangrijke, nieuwe fase beland. Reeds de belofte van het nieuwe land op het netvlies, wordt het als volk geheiligd, voor eeuwig verbonden met God en krijgt het de Tien Woorden van leven (Exodus 19 en 20). Als teken van dat verbond wil God woning maken onder de mensen. Daarom wordt Mozes opnieuw gevraagd 40 dagen en 40 nachten de berg Sinaï op te gaan, zodat God nauwkeurig uit de doeken kan doen hoe Hij Zijn woning wil inrichten (zie Exodus 25 t/m 31).

Het volk echter trappelt van ongeduld: ‘beneden’ weet niet wat daar ‘boven’ gebeurt. Laat die Mozes maar daar. Het volk in de woestijn krijgt het geduld van de hemel maar niet onder de knie. De Israëlieten dringen rondom de broer van Mozes, Aäron: “Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan”. God in beeld, zo ziet een afdrukje van God eruit in deze nieuwe fase van het volk: een met goud overgoten houten beeld van een stierkalf: vitaliteit, de kracht van een ongeduldig-potente. Terwijl God woning wil maken onder de mensen, wordt Hij gevangen genomen in een beeld.

Zo worden Mozes en God losgescheurd van de geschiedenis. Heel die bevrijding wordt gereduceerd tot een avontuur, een incident, stof voor een goed boek. Wat er beneden aan de voet van de berg gebeurt, is de vonk voor één van de gloedvolste gesprekken tussen God en mens in de hele bijbel. God schrijft aan Mozes toe: “jouw volk die jij hebt bevrijd”. Dat speelt Mozes terug naar God: “U heeft uw volk bevrijd uit Egypte”, terwijl het volk die bevrijding toeschrijft aan zijn eigen tot stierkalf gesmolten spaargeld.

God wil niet langer verder met dit volk. Mozes wordt zijn nieuwe project. We zien Mozes fronsen, want: ‘Wordt het dan niet hetzelfde liedje?’ Mozes geeft een magistraal antwoord aan God: “U heeft het volk bevrijd met sterke hand. Straks gaat uw Naam over de Egyptische borreltafel: die god heeft echt zijn volk laten sterven in de woestijn!” Wat Mozes zich dus eigenlijk afvraagt, is of de belofte van God die Hij eerder gedaan, bij Abraham, Isaäk en Jakob en nu dus wil verbreken, wat die nieuwe belofte van God voor Mozes zélf dan waard is.

Je leest er zo over heen, maar in vers 11 geschiedt iets zeer intiems. We horen van Mozes die zijn Heer milder probeert te stemmen. Letterlijk lezen we in het Hebreeuws: “Mozes verzachtte het aangezicht van God” of “Mozes zocht de zachtheid van Gods gezicht”.

Wellicht doet u het regelmatig: je kind strelen over zijn of haar gezicht. Het strelen van het gezicht van je partner, je moeder, je vader, van een goede vriend(in). Weleens de ander gestreeld wanneer hij/zij boos is en de woede het gezicht tekent? Dat je probeert de ander te verzachten? Dat je de ander weet te kalmeren, omdat je toch blijft zoeken naar de persoon achter dat gezicht. Daar op die berg, aan ons oog onttrokken voltrekt daar iets unieks tussen een mens en zijn Schepper.

Door de verzachtende aanraking laat God het plan om het volk van Hem los te scheuren, varen. Dat heet ontferming. Dáár worden levens van God en mens weer aaneengeklonken, waar eerst de scheuren zichtbaar waren. Daarbij maak ik een verbinding naar het Nieuwe Testament: als vergeving wordt uitgesproken tijdens de kerkdienst, dan heeft Iemand ‘boven’ Gods gelaat aangeraakt. De Schrift getuigt daarvan: we hebben een pleitbezorger, een voorspraak bij Jezus Christus (1 Johannes 2, vers 1).

Jouw gebed is als een aanraking van Gods gelaat.

Dat gaat een leven lang mee, daar kan geen beeld tegen op.

ds Robert-Jan van Amstel