Poppetje in je ogen

Als je goed in de ogen kijkt van degene tegenover je, dan zie je een poppetje. Inderdaad, je ziet jezelf in het klein. Mooi om te zien hoe je daar een plekje hebt. Het glinsterende vocht heet je welkom en laat iets zien hoe het jou ziet. Een groothoek-opname van jouw gezicht, van jouw postuur of alleen maar een deel van je hoofd. Nu kijk je naar de ogen van de ander waarop jij staat afgebeeld: wat hebben die gezien, wat zien ze nu, wat gaan ze zien (of niet)? Welke personen zijn dichtbij deze ogen geweest? Wie zijn verder doorgedrongen dan enkel de observatie? Als ik kijk in de ogen van de ander, dan vraag ik me regelmatig af: wat hebben deze ogen ontvangen aan gelach, aan verdriet, acht geslagen op de groeven van zorgen in het gelaat van degene die ze op dat moment weerspiegelen, signalen ontvangen van veel moois en goeds.
Er hebben vele poppetjes een plek gehad of nog steeds in die ogen.
In de bijbeltekst Psalm 17 lezen we: “Behoed mij als de appel van uw oog”, vers 8a. Het gaat hier om Gods oog. Letterlijk lezen we in het Hebreeuws: “de dochter, de zoon in uw oog”. In de vertaling in het Latijn lezen we het woord: pupilla. Daar is ons woord ‘poppetje’ van afgeleid.

“Behoed mij als de appel, de pupil van uw oog” – kijk je naar de omgeving van het oog, dan wordt dat beschermd door wenkbrauwen, wimpers, de oogleden en de oogkas. De beroemde predikheer Spurgeon zei over het oog: “Geen lichaamsdeel is zorgvuldiger beschermd dan het oog.” Ga je daarover doordenken, dan is de pupil door direct contact met de buitenwereld kwetsbaar. Het poppetje van de ogen kan binnendringen en onze harten raken, onze hersenen in werking stellen, emoties oproepen.
Dat poppetje in het oog brengt jou als kijker in beweging zoals ook Jezus in beweging kwam, zoals Hij door de knieeën ging om het poppetje dat in zijn Ogen was, namelijk de ander, kracht en troost te geven. Het poppetje in zijn Ogen zorgde voor een opstandig geluid. Voor het poppetje in Zijn Ogen is Hij opgestaan. Die echo geven we door, als mensen, tot aan de dag vandaag. Het oog is kwetsbaar door het directe contact met de buitenwereld, wanneer het open is. Gods oog staat open. Wij houden onze ogen open. Laat het oog open staan zodat iedere naaste er een oogappel, een man, een vrouw, een pupil, dat hij of zij er zichzelf in kan zien.

Psalm 17, vers 8 is een gebed tot God: “Behoed mij als de appel van uw oog”. We komen hier dichtbij het gebed dat de hogepriester bidt tijdens de tempelliturgie: “Ik bid niet, dat U de mensen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze.” Dat is de bewaring die Jezus Christus op het oog heeft: christenen met oogappels, met mensen in hun blote oog, midden in de wereld, niet opgesloten in hersenpan van een systeem of de ribbenkast van een kerk. Bewaren is bewaken, is oog houden voor, niet loslaten, juist verbinden.

Af en toe heb je te knipperen met je oog. Normaal gebeurt dat automatisch. Ervoor waken dat het oog te droog wordt, om de glinstering te bewaren, om het leven te zien met een helder vizier.
Als volgeling van Jezus Christus, als Zijn gemeente hebben we de ogen te knipperen: bemoediging, onderling contact, een goed gesprek, de kerkdiensten, als hoorder te midden van de andere hoorders de ogen knipperen en te zien: waar is de mens in mijn ogen?

En natuurlijk: een vuiltje in het oog. Dat kan in een ogenblik zo ineens in je oog zitten. Knipperend en soms wat tranend, tob je met de eigen gezondheid, heb je even genoeg van al het werk en de verplichtingen in je agenda waar maar geen eind aan lijkt te komen, kunnen andere mensen je vervelend voor de wielen rijden, is het poppetje in je oog irriterend. Allemaal vuiltjes in het oog.

Maar ga je daarom met de ogen dicht lopen?
Gods oogopslag behoedt ons én leert ons  zien.
Gods meekijken doet ons verwonderen.
Gods focus brengt ons aan het licht; in dat licht is ook het poppetje in jouw ogen.

ds. Robert-Jan van Amstel, januari/juni 2012.

(met dank aan dr Okke Jager die me iedere keer inspireert door zijn boeken en gedachten)