“Op het leven!” Preek zo. 6 mei 2012

Preek 6 mei 2012. Vijfde zondag van Pasen. Zondag Cantate.
Van: ds R.J. van Amstel, Barendrecht
Plaats: Gereformeerde Kerk “Bethelkerk”, Barendrecht
Bijzonderheid: deze eredienst wordt rechtstreeks uitgezonden op Radio5, vanaf 10:05.
Thema: “Op het leven!
Bijbeltekst: Marcus 9, vers 14 t/m 29 (lezing uit de NBV2004-vertaling)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, beste luisteraar,

Komt er nog iets van het evangelie terecht?
Het bijbelse getuigenis vertelt vol enthousiasme: massaal lopen de mensen op Jezus Christus af. Hij laat mensen opstaan uit hun kreukelzone. Een Man uit één stuk. Scherpe wijsheid, barmhartig, dienend. God spreekt door Hem.
Waar is dat nog te zien, te horen, te proeven in ons heden? 

We ontmoeten Jezus die met een drietal volgelingen de berg afkomt. Vier harten geraakt, toen de hemel openbrak en het licht opnieuw scheen. Net als eerder de aarde knipperde met de ogen toen God sprak: “Er zij licht”. En nu in dat licht daar op de berg: “Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar hem”. (Marcus 9,7b). Een kijkje in de hemel: een hemel vol leven, bewoond in ieder geval door een Stem sterker dan alle dood. Sterk en krachtig genoeg om de wereld iedere dag een nieuwe zet in de rug te geven. “Op het leven!”
Jezus keert vanuit een top-ervaring terug naar een tranendal, alsof we in een ziekenhuis belanden. In onze lezing treffen we een vader, een mens vol verlangen in in zijn vragende ogen vanwege zijn kind. Degenen die hulp dienen te verlenen, de leerlingen van Jezus, zijn aan het “heen-en-weer praten”, zo lezen we in Grieks. Ze zijn in discussie met de schriftgeleerden.
Jezus lijkt zich wat ongerust te maken over al dat heen-en-weer gepraat. “Waarover spreken jullie eigenlijk?” (vs.16). Zou Jezus al gezien hebben wat er onder het volk leeft, letterlijk? Wat het lijdend voorwerp is in de discussie, letterlijk? Blijft het evangelie slechts iets van goede bedoelingen, mooi maar tandeloos? Hoe werkt dat eigenlijk bij ons hier, bij u luisteraar?

“Waarover spreken jullie?” Op die vraag geven het volk, de schriftgeleerden, de leerlingen geen antwoord. Wel een vader die naar voren stapt. Zijn kind gaat eraan en hij is machteloos en moedeloos. Geen pijn valt ermee te vergelijken. Je liefste kind, je hoop op de toekomst, je troost in de ouderdom, jouw beeld en gelijkenis. Leven van jouw leven – een vroegtijdig einde loert om het hoekje van het leven van dit kind.
Er is nogal wat met dit kind de hand als we het relaas van de vader horen. Met onze moderne inzichten en medische kennis zou de diagnose luiden, dat het kind niet door een geest bezeten is, maar een vorm van epilepsie heeft. In onze wereld wordt de diagnose gesteld die op het individu, op jou als persoon is gericht. Als jij ziek bent, dan betekent dat niet dat de hele wereld ziek is.
In de beeldtaal van het evangelie en toenmalige wereldbeeld rond het jaar 30 van onze jaartelling is de ziekte van de één de ziekte van allen. Men wist het zeker: het kan ook ons treffen. Die vader zegt namelijk niet: “heb medelijden met mij of met hem”. Hij zegt: “Heb medelijden met óns en help óns.” (vs.22)
De ziekte van die zoon is in bijbelse tijden teken van een verziekte generatie. Een onreine geest maakt het leven van dit kind zuur, vernietigt het, perst alle waardigheid eruit, verkreukelt het. Doet het stuiptrekken en rollebollen over straat. Een verijdeling van de schepping. We horen over vuur en water, deze twee elementen van kosmische orden. Ze zijn als de tegenpolen, zoals wij die ook kennen: liefde en haat, mannelijk en vrouwelijk, geloof en twijfel, goed en kwaad, verstand en gevoel, dood en eeuwigheid. Het kan soms flink stormen in een mensenleven.

Niemand kan de vader helpen. Niemand krijgt het voor elkaar, zelfs de leerlingen van Jezus hebben geen succes.
De Here Jezus stemt in met de vader van die zoon. Althans, het klinkt eerder alsof Jezus met Zijn Vader in de hemel meezucht: “Wat zijn jullie toch een ongelovig volk…” (vs.19). Een dergelijk etiket “ongelovig volk” uit de mond van Jezus is niet bedoeld als scheldwoord. We brengen in herinnering dat de allereerste woorden van Jezus Christus in het Marcus-evangelie zijn: “De tijd is aangebroken, het Koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws” (Marcus 1,15). Jezus komt goed nieuws brengen. Ópstaan uit de dood, óp het leven!
En nu aan de voet van de berg dat heen-en-weer-gepraat. Dat accepteert Jezus niet langer. Niet langer een excuus, geen ge-“ja maar”, geen “het paste niet in onze drukke agenda’s”, geen “we waren zo moe”, geen “we hebben andere prioriteiten”. Er is te veel ongeloof en te weinig vertrouwen. Onze ontwijkende antwoorden, ons heen-en-weer-gepraat worden nog eens de dood van Jezus.

In plaats van weg te lopen vraagt Jezus de vader om zijn zoon te brengen. Hier horen we dé Jezus die zegt: “Laat de kinderen tot Mij komen.” “Laat ze komen allen die vermoeid zijn en belast”. Laat ze komen, de zieken en de gezonden, “laat ze bij Mij komen”. De verscheurde mens, de gebroken schepping, nu zichtbaar in die ene zoon van die machteloze vader.
De roep van de vader is de stem van het volk: “help ons”. Ofwel, een gebed: mag mijn liefde voor mijn kind, voor de ander, voor mijzelf, mag die liefde U, God/Jezus/Heilige Geest, in beweging zetten?

“Of ik iets kan doen?”, zo vraagt Jezus (vs.23). En dan dat ietwat cryptische zinngetje: “Alles is mogelijk voor wie gelooft.” Alles?, zo fronsen we dan. Waarop slaat dat “alles” dan?
Dit zinnetje is een troost geweest in de eeuwen voor vele mensen. Volhouden! Tegelijk is deze zin een stok om te slaan geweest, mensen kleinhouden, in de trant van: “Blijkbaar heb je te weinig geloof, als dingen mislukken in je leven.”

Als Jezus zegt “Alles is mogelijk voor wie gelooft”, dan staan die woorden in de contekst van bevrijding, levensruimte. Het woordje “alles” staat hier alleen in verbinding met die ene vraag om ontferming, om hulp. Ja, dan staat alles op het spel.
Die vader als deelgenoot van dat “ongelovige volk” roept gelijk enthousiast: “Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp.” (vs.24) En dat is een wijze les voor ons als gemeente, voor u luisteraar, als gelovige, als zoekers naar God. Wij geloven, wij hopen, wij liefhebben, wij vertrouwen – jazeker, dat doen we.
Tegelijkertijd zeggen we als volgelingen van Jezus Christus: “kom ons ongeloof te hulp”, ofwel: kom onze gereserveerdheid, kom onze wanhoop, ons wantrouwen, kom ons heen-en-weer-gepraat te hulp. God roept geen supermensen, Hij roept mensen zoals u, jij en ik om moed te houden, ook als je struikelt en alles uit je handen lijkt te vallen.

Geloof is beweging, is motie en emotie, is antwoord geven op het verbond dat God heeft gesloten. Geen verbond met dode dingen. Een verbond met u, jou en mij. De mens is een afdrukje van God. Geloof is zien waar nieuwe kansen liggen, is ruimte bieden om op te bloeien, te zoeken naar heelheid, shalom. Geloof is lechaïm, “Op het leven!” En dat maakt alles mogelijk, dat is onze hoop. Echter, de jongen bleef voor dood achter, zo lezen we in vers 26. “Dat kind is gestorven”, klink het dan. Het werkt dus niets uit, dat geloof. Zie je wel: de gemeente van Jezus is zwak. En gebed haalt dus niets uit. Geloven in God brengt geen verandering.
Maar dan de hemelse aanraking: Jezus steekt zijn hand uit. In plaats van de uitvaartbegeleider te bellen, wordt de jongen door Jezus opgepakt “om hem overeind te helpen en hij stond op” (vs.27). “Opstaan”: een generatie staat op, een volk richt zich op, daar in dit dal. We lezen een Paasverhaal. Jezus zei toch: alles is mogelijk, als je gelooft. Dus geloof hecht aan het goede nieuws, dat God vernieuwing bracht en brengt in Christus Jezus en dat alles is nu in jouw, uw en mijn hand.

Komt er van het evangelie nog iets terecht? Volmondig: Ja.
Kijk maar: Jezus steekt ook nu zijn Hand uit, naar u luisteraar, naar ons hier in de Bethelkerk. Hij deelt in je tranen, deelt in je geloof die aan alle kanten kan wankelen. Hij deelt in je pijn. Hij heeft onze hand vast. En Hij neemt ons mee.
Op onze netvlies het visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Pokon voor ons geloof, ook als we ons soms zo ongelovig weten.

Geloof is toch ook acht slaan op het wonder, op het leven uit Gods Hand?

AMEN.

De audio van de kerkdienst en de preek is terug te luisteren via deze link: Audio kerkdienst zo. 6 mei 2012 Radio 5 IKON