8e Bijeenkomst mei 2012 (kort verslag)

Kort verslag 8e bijeenkomst “Post van Paulus” mei 2012

Als openingstekst hebben we gelezen 1 Korinte 1, vers 1 t/m 9. Opvallend hoe vaak Paulus (en Sostenes als co-auteur) de nadruk legt op Jezus Christus. Blijkbaar is er het een en ander aan de hand in de jonge christelijke gemeente in Korinte.
Verder hebben we gesproken over het waarom, dat Paulus vooral brieven schrijft aan christelijke gemeentes in grote(re) steden. Paulus evangeliseerde vooral in grote steden om actief het evangelie te verkondigen en te brengen bij de mensen. Wil je een land veranderen, dan heb je te beginnen met een stad en niet op het platteland. In de stad vinden we het (stads)bestuur, ministerie, hoge piefen die beleid maken, instituten, gegoede burgerij. Zeker als gemeenteleden dergelijke leidinggevende functies bekleden, dan is het christendom ‘makkelijker’ te verspreiden in het beleid voor de hele regio c.q. het hele land.

In Nederland zien we veel ontkerkelijking, vooral in de grote steden. We hebben nog de B3 , drie plaatsen met nog een grote kern aan christenen: Barneveld, Bunschoten en Barendrecht (zo lees ik in “Geloven in de marge”, p. 13 van prof. Stefan Paas) De secularisatie in de steden heeft zijn uitwerking in de rest van Nederland, het platteland. De PKN organiseert PioniersPlekken zoals in de Kop van Zuid in Rotterdam of een drietal plaatsen in Amsterdam. In de stad werkzaam blijven is van levensbelang voor de kerk.

GROEPSVRAAG: Dat roept herkenning op bij de deelnemers. We denken aan de glorietijden zoals in Rotterdam in de 20e eeuw. En in diezelfde eeuws verdween het gevestigde christendom in grote vaart. Nu gaat 3 procent van de Rotterdammers nog ter kerke. Diverse monumentale kerkgebouwen zijn afgebroken. Een zelfde proces wacht ook in Barendrecht. Of kunnen we ons daartegen te  weer stellen en hoe dan?

Alvorens de eerste thematieken aan te wijzen, heb ik de deelnemers gevraagd welke teksten uit de 1e brief aan de Korintiërs de (warme) belangstelling hebben. Een lezer heeft vooral de indruk dat het een chaos is in de gemeente. De brief is wat rommelig van opzet. Concrete punten worden benoemd en daar gaat Paulus op in. Weinig coherentie in het betoog. Geen grote theologische uitspraken, zoals in Galaten of in de 1e Tessalonicenzen-brief. Tegelijk veel actualiteit in de brief: de dwaasheid van het kruis; in onze samenleving wordt dat ook gezien als dwaasheid; het is niet wijs te geloven. “Mensen vinden het vreemd dat ik geloof. ‘Waarom geloof je in die onzin?’ krijg ik de horen. Mocht er niets van waar zijn aan het eind van mijn leven, dan heb ik in ieder geval veel plezier aan mijn geloof gehad.”

Andere leesindrukken: wat bedoelt Paulus met 1 Kor.10, vers 5? Laat God zomaar mensen bezwijken? Het moge duidelijk zijn dat Paulus’ godsbeeld anders is dan dat van ons anno 2012. Probeer te voorkomen dat je je eigen godsbeeld ‘plakt’ op dat van Paulus.

Ook wordt er gerefereerd aan het gemeenteleven en vooral aan de bijeenkomsten van de gemeente. Volgens Paulus schort daar meer aan dan wenselijk, zie 1 Kor.11,17. Dit punt wordt later besproken.
Ook de vraag werd gesteld: wanneer is een bepaald gebod/verbod ook nu nog geldig (dus van hemelse oorsprong) en welke hoort echt specifiek in die tijd bij die ene gemeente? Bijvoorbeeld het dragen van hoofdbedekking door de vrouw.
Om daar gelijk antwoord op te geven: priesteressen en/of tempel-prostituee’s moesten volgens een bepaalde religie hun hoofd kaal scheren. Sommigen daarvan gingen over op het christendom en werden lid van de gemeente. Om te voorkomen dat er ongelijkheid zou ontstaan of achterklap werden alle vrouwen geacht een hoofddeksel te dragen. Want alle vrouwen zijn gelijk. Dat heeft Paulus handig aangepakt in dezen, zie 1 Kor.11,6-7.

Iets over de achtergrond van Paulus’ 1e brief aan de Korintiërs: beide Korinte-brieven zijn door Paulus geschreven ‘vanuit de verdediging’, de 1e brief samen met Sostenes en de 2e met Timoteüs. De Korintiërs die zich hadden aangesloten bij de gemeente, kregen steeds ‘argwaan’ of Paulus wel een echte apostel is. Paulus wil zich daarin verdedigen. Het apostelschap wil hij onderbouwen, zie bijvoorbeeld 1 Kor.9, vers 1. Dit had veel te maken met de partijschappen die bij de christelijke gemeente waren (1 Kor.1,12). Hierdoor kwamen zij niet toe aan geestelijke groei en bloei.
Nog een ander punt: in de gemeente werd er getornd aan de boodschap van de opstanding uit de doden. Omdat mensen stierven terwijl Jezus nog niet was teruggekomen, kregen een aantal Korintiërs het gevoel dat Paulus maar wat verzon, ze konden niet langer geloven dat er een daadwerkelijke opstanding zou zijn. Daarbij was er een dooppraktijk ontstaan waar mensen zich lieten dopen in de plaats van een overledene die niet bij de gemeente hoorde. Een parallel is te vinden bij de Mormonen die postuum mensen dopen, zoals leden van het Koninklijk Huis. In hoofdstuk 15 begint Paulus daarom nog eens met een uitleg van de basis van het evangelie.

Er waren meer zorgen, maar daar komen we in juni op terug.

De brief is geschreven door Paulus tijdens zijn 3e zendingsreis, in het jaar 55. Korinte is op dat moment een jonge hoofdstad van de Romeinse provincie van Achaje. In 46 vC door Julius Caeser gesticht om militairen te legeren. Niet lang daarna verloor de stad deze positie en kwam voor al de handel op via land en zee. Het bruisende centrum van wereldhandel, cultuur, immoraliteit (prostitutie; hoererij; vrije sex) en afgodendienst was in de wijde omgeving bekend. Ieder jaar werden daar Olympisch-Istmische Spelen gehouden. Het grootste sportfestijn in de Oudheid. Niet alleen sportprestaties als wagenrennen en atletiek (ook voor vrouwen!) , maar ook muziekwedstrijden, gedichtenvoorleeswedstrijden etc. waren trekkers. Deze spelen werden vooral naakt gespeeld. Dat trok altijd veel sporters en dito bekijks (toerisme). De gemeentebelastingen en de inkomsten van uitbaters varen zeer wel bij al die toeristen. De inwoners van Korinte kwamen uit verschillende delen van het Romeinse rijk, dus veel vreemdelingenverkeer en de samenstelling van bevolkingsgroepens konden dus behoorlijk wisselen. En sociale onrust was haast aan de orde van de dag.
De christelijke gemeente was door Paulus in het jaar 50 gesticht. Daarover kunnen we lezen in Handelingen 18, vers 1 t/m 17. Eerst bij de joden (ivm messias-verwachting) in de synagoge, na anderhalve jaar richt Paulus zich op de heidenen. Paulus vertrekt en Apollos, vers 24, neemt de honneurs verder waar. Vooral mensen met een niet-joodse achtergrond werden christen. Blijkbaar waren niet alle joden even ontvankelijk voor de christelijke boodschap.
Tijdens Paulus’ afwezigheid is de gemeente ten prooi gevallen aan verdeeldheid en misstanden. Ideeën rondom het functioneren van Apollos doen de ronde in de verklarende wetenschap: was Apollos een slecht verbinder en hield hij van polarisatie? Maakte hij een schertsfiguur van Paulus?
Ik wil benadrukken dat Paulus schrijft over leiderschap in zijn eerste  brief aan de Korintiërs. Verdeeldheid in een gemeente heeft te maken met verkeerd of slecht leiderschap. Daarover nadenkend kom ik terecht bij de volgende:

GROEPSVRAAG: hoe ervaren jullie het leiderschap in onze gemeente? Wordt er concreet leiding gegeven of niet? Welk beeld heeft de groep van een leider?

Op deze vraag worden diverse antwoorden gegeven waar vooral wordt gelet op de rol van de predikanten en de kerkenraden. Daarbij zijn er gevoelens bij het woord ‘leiderschap’, alsof een dwingeland in de kerk “wel even gaat vertellen hoe wij moeten geloven”.
Paulus heeft vooral voor ogen dat iedere leider van een gemeente een interim-manager is tot het moment dat de Eigenaar weer terug komt. Alles is voorlopig. Leiderschap is nooit absoluut; altijd in verbinding met de verwachting van Jezus’ terugkomst.

Met elkaar hebben we 1 Kor.3 vers 5 t/m 23 gelezen. Diverse beelden rondom gemeente-zijn. De leiding ligt vooral in de handen van God. Wij kunnen zaaien en water geven, maar God doet het groeien. De gemeente is Gods akker, 1 Kor.3,7-9a, de gemeente is een bouwwerk van God, 1 Kor.3,9b-15, de gemeente is een tempel van God, 1 Kor.3,16-17. Het fundament van de gemeente is Jezus Christus en niets en niemand anders (vers 11).
In hoeverre heeft God de leiding in de christelijke gemeente daar in Korinte alsook hier in Barendrecht? Een belangrijke, actuele vraag.

Hoe het ook zij: het moge duidelijk zijn dat er voldoende ingrediënten waren voor gerommel in de gemeente.
Daar gaan we in juni mee verder.

ds R.J. van Amstel, mei 2012.

Gebruikte literatuur bij de voorbereiding van deze bijbelstudie: F.J. Pop, De eerste brief van Paulus aan de Korinthiërs (POT); S. Paas e.a, Geloven in de marge; L. Grollenberg, Die moeilijke Paulus; J. Volker, Paulus. Der Apostel der Völker; diverse bronnen op internet.

%d bloggers liken dit: